niścaya tātparya
Volharding (niścaya) om de essentiële betekenis (tātparya) te begrijpen van wat ik hoor in de eerste fase van vedānta: śravaṇa, luisteren.
Verdieping:
- nishcaya tatparya
Bovendien is het volharding om mijn eigen ervaring (anubhava) in deze logisch te toetsen aan de betekenis (tātparya) en de logica van de teaching te beredeneren in de tweede fase van vedānta: manana, reflectie. Pas als ik begrepen en herkent heb dat en hoe ik de waarheid zelf ben, kan ik er volledig voor kiezen het volle zelf te zijn (ātma varaṇam).
Tot slot is het de volharding (niścaya) om permanent de betekenis zelf te zijn (nididhyāsana, contemplatie) en wat dat betekent te oefenen in het leven. Dan kom ik voorgoed te zien dat het leven zicht tijdelijk in mij afspeelt en ik niet in het leven zit.