Non-duaal (non-dualiteit, niet-twee). Eén bestaan-bewustzijn, dat in zijn oneindige eenheid zaligheid is. Alle verschijnselen (wezens en wereld) zijn een uitdrukking van de ene bestaansgrond, bewustzijn. De objecten en het bewustzijn ervan zijn geen twee zaken. Dat legt vedānta uit.
- advaita
Alle waar te nemen verschijnselen zijn slechts één uitdrukking van deze grond of dit substraat. Bewustzijn verandert niet werkelijk in objecten, dit is maar schijn (vivarta). Het schijnbare individu dat echtheid toekent aan zijn afgescheidenheid en aan alle verschijnende fenomenen is in onwetendheid (ajñāna) van de non-dualiteit van de realiteit.
Waarom zeggen we non-duaal? Omdat één verwijst naar twee, drie etc. Niet twee verwijst naar geen enkel ander getal.
Om advaita te begrijpen moeten we eerst dvaita (de dualiteit begrijpen). Dvaita is:
Dualiteit. Tweespalt. Een verschijnsel en zijn tegendeel, samen een paar tegengestelden genoemd (dvandva). De beleving dat elk losstaand object een tegendeel lijkt te hebben.
Dualiteit manifesteert, ontstaat, verschijnt in advaita, non-dualiteit. Het is een een schijnbare realiteit binnen eenheid. De niet duale (advaita) werkelijkheid-waarheid is de basis van dualiteit.
Er zijn verschillende vormen van dualiteit. In eerste instantie om te laten zien dat alle objecten en gedachten in de wereld van de verschijnselen een tegenpool hebben. Pool en tegenpool lossen elkaar op en komen per saldo en per definitie op nul uit.
Daarnaast drukt de dualiteit de meervoudigheid (nānā) uit van de alle verschijnselen en verschillen.
Maar in teaching heeft dualiteit een speciale functie. Het is een fase in de teaching als het ware. De uitnodiging is namelijk om dat wat altijd (nitya) is, te onderscheiden (viveka) van dat wat tijdelijk en vergankelijk (anitya) is. Dit is een belangrijke kwalificatie voor vrijheid. Als dit begrepen is, wordt gedoceerd dat anitya niks anders is dan nitya (advaita, non-duaal). Zo leren we hoe we via dvaita tot advaita komen. Vedānta is de kennis daarvan in de schijnbare werkelijkheid. Daarom is vedānta, hoewel in eerste instantie essentieel om mijn vrijheid in te zien, een instrument om weg te gooien. Een zelfontsteking met een enorm effect: zelfverwezenlijking.
De term advaita vedānta is een tautologie, aangezien de traditionele vedānta, zoals bedoelt, altijd non-dualiteit als uitgangspunt heeft.
Een kort stukje logica nog. We bestaan en we zijn bewust. Ik zie ook dat alle ervaringen komen en gaan. Geen ervaring is stabiel. Maar we zijn wel bij elke ervaring bewust aanwezig. Deze permanentie, en de feiten dat we bewust zijn en bestaan betekenen dat ik het oneindige, non-duale bewustzijn zelf ben. Als we eerst het juiste onderscheid hebben gemaakt tussen bewustzijn en de mind met zijn inhoud, dan kan ‘jouw’ bewustzijn toch niet anders zijn dan het ‘mijne’. Het moet hetzelfde licht zijn dat het boeltje in zich laat verschijnen.