VEDANTA

Wetenschap van Bewustzijn

karana sharira

Het is van de aard van het ondefinieerbare, begin-loze avidyā en gemaakt van onzuivere sattva (een van de drie kwaliteiten van māyā), vermengd met tamas (subtiele materie).

Het oorzakelijke lichaam blijft zelfs na pralaya (de dood van het fysieke lichaam) bestaan ​​– behalve in het geval van de dood van het grove lichaam van een jñānī, die zijn identiteit als bewustzijn voorgoed heeft herkend.

Het einde van onwetendheid is bij de dood van het grove lichaam tevens het einde van het subtiele lichaam (sūkṣma śarīra) en het oorzakelijke lichaam. Dan zal er niks meer manifesteren.

Het individuele causale lichaam is niets anders dan māyā, werkzaam op individueel niveau. Als zodanig is het de individuele oorzaak van onwetendheid over iemands ware aard en is het de kiem of ongedifferentieerde oorzaak van de subtiele en grove lichamen van het individu.

Māyā, we zouden kunnen zeggen het causale lichaam op kosmisch of universeel niveau, is onder andere de opslagplaats van het totale karma, in de vorm van ongemanifesteerde intelligentie en kracht, terwijl māyā, opererend op het individuele causale niveau, omdat het onwetendheid is, de wortel is van individuele neigingen, indrukken (vāsanā’s), vooroordelen, houdingen.

Het gehele complex hiervan van een individu heet saṁskāra. Deze impressies hebben een bepalende indruk op het intellect, waarin een inschatting plaatsvindt of en hoe te denken, voelen en handelen. Vanwege deze onwetendheid worden de objecten die gesuperponeerd worden (adhyāropa), abusievelijk voor echt aangezien (adyāsa).

Zo is het individuele oorzakelijke lichaam de opslagplaats van het totale individuele karma (sañcita-karma). Hieruit wordt een deel geactiveerd in een mensenleven, dat prārabdha karma heet.

Tenslotte wordt kāraṇa śarīra ook geassocieerd met de ānandamaya kośa. Het kenmerk hiervan is dat subject en object samenvallen, wat het individu het gereflecteerde bewustzijn doet ervaren als zaligheid (bliss).

Als verlangen is geblust omdat een individu het begeerde heeft verkregen, komt deze bliss even bloot te liggen en wordt ervaren.

In diepe slaap (suṣupti) is de mind (buddhi, manas, citta en ahaṅkāra) gedemanifesteerd.

De andere twee lichamen zijn het grove lichaam (sthūla-śarīram) en het subtiele lichaam (sūkṣma-śarīram).

Als bewustzijn geïdentificeerd is met deze drie lichamen noemt men dat een jīva.

De uitleg van deze Sanskriet term is geschreven door Simon de Jong.
Op de index pagina vind je de volledige Sanskriet begrippenlijst. 

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

Meld je aan voor de nieuwsbrief
(verschijnt hooguit enkele malen per jaar)

Eerder verschenen nieuwsbrieven
– oktober 2024  (
Dutch)
– october 2024  (English)