‘De aarde, de mensheid is één familie’. Letterlijk: De rijkdom, het licht (vasu) is (draagt, dhā) geheel (eva) één huishouding (kuṭumba). Dit drukt de waarheid uit van bewustzijn. Bewustzijn-bestaan is de grond van alles, het doordringt alles. Bewustzijn-bestaan is het zelf. Alle mensen zijn mijzelf. Aldus kan ik (symbolisch) alles zien en behandelen als één familie.
- vasudhaiva kutumbakam
Beroemde uitdrukking uit de Mahopanishad (VI.72).
Dit drukt sarvātmā bhāva uit. Alles als jezelf zien, weten dat het zelf alles doordringt. Aangezien ze allemaal dezelfde zijn, kunnen we alle mensen als één familie zien. Dit drukt vanzelfsprekende non-duale liefde/devotie uit (parabhakti).
Ook op het niveau van de relatieve empirische werkelijkheid (vyāvahārika satya) kunnen we spreken van één huishouding, één economie, één ecologie, één entropie, één universum waarin alles op elkaar inwerkt en afhankelijk van elkaar is.