Niet-bestaand, onwerkelijk (ook bekend als atyanta abhāva, absoluut of eindeloos niet-bestaan) in de empirische werkelijkheid. Zoals een vierkante cirkel.
- tuccha
Waarom dit concept? Omdat er een verschil is tussen iets niet weten wat in empirische transactionele realiteit (vyāvahārika satya) verschijnt, en de creatie van īśvara (īśvara sṛṣṭi) en iets dat werkelijk niet voorkomt in de empirische realiteit.
Het valt onder de categorie van drie ontologische niveau's. Satya (de onafhankelijk waarheid van alles), mithyā (de objecten die wel in neutrale wereld verschijnen, maar die veranderlijk en vergankelijk zijn, en met name afhankelijk van satya) en dus tuccham. Het punt is dat we nu kunnen zeggen dat gewone objecten wel bestaan, maar niet zijn wat ze lijken te zijn, maar in hun ware natuur bewustzijn.
Een bekend voorbeeld van tuccha is een vierkante cirkel. Bekende voorbeelden in vedānta-lessen zijn:
śaśaviṣāṇa śaśaviṣāṇāḥ "De hoorns (viṣāṇāḥ) van een haas (śaśa)".
naraviṣāṇa "De hoorns (viṣāṇāḥ) van een mens (nara)".
vandhyāputra "De zoon (putra) van een onvruchtbare (vandhyā) vrouw".
gaṅgājalāntarvahni "Vuur in Ganges -water" Vuur (vahni) dat bestaat in (antar) het stromende water (jala) van de Ganges.
utpalam agnau "Een lotus (utpalam) bloeit in vuur (agnau)".
ākāśa puṣpam "Een bloem (puṣpam) in de lucht (ākāśa), een luchtbloem".
nīlātaṇḍula "Blauwe (nīlā) rijst (taṇḍula)". In India metaforisch gebruikt om onmogelijkheid aan te geven.