Intrinsieke, essentiële aard. Dat wat inherent, natuurlijk, onveranderlijk, niet toevallig verworven maar bij geboorte al waar is voor elke sterveling, voor elk ding zelfs.
- svarupa
Kleine analyse van de term: Sva betekent eigen, zichzelf. Rūpa betekent vorm, gedaante, aard, verschijningsvorm. In het geval van de waarheid: Je enige eigen (sva) vorm (rūpa) is in werkelijkheid sat cit ānanda, bestaan, bewustzijn gelukzaligheid, drie woorden om de ene vrije waarheid uit te drukken.
In het onderricht heeft een verschijnsel ook een svarūpa. Er wordt dan gezegd: De svarūpa van vuur is hitte en licht. Vuur kan niet bestaan zonder deze intrinsieke eigenschappen.
Wat de werkelijkheid betreft van zowel jīva (individueel levend wezen) als van īśvara, en zelfs van jagat, wereld, ja van alle objecten, verschijnselen, fenomenen, noem maar op, dat is de genaamd de svarūpa. De werkelijke natuur van deze concepten is śuddha caitanyam, zuiver, onvermengd bewustzijn. Dat is altijd voor alles en iedereen de svarūpa. of je het nou weet of niet.
Net als bij vuur, kunnen de concepten en objecten van de werkelijkheid nooit gescheiden worden van hun intrinsieke aard, ook al doet Vedānta dat in eerste instantie (ziener, geziene, dṛg-dṛśya) om het intellect scherp te krijgen, viveka, onderscheidingsvermogen te ontwikkelen, en zo om later te kunnen begrijpen wat svarūpa is.