Met andere woorden: Śruti betekent dat wat gehoord is, in de zin van ‘weergalmt in de geest van rijpe zieners’. Śruti is de werkelijke bron van kennis, omdat zij niet van mensen (apauruṣeya) komt.
Een naam voor de veda śāstra (de teksten van de Veda). Śruti legt de nadruk op behoud en overdracht van het kennismiddel door middel van zorgvuldig luisteren via de leraar-student-lijn, karṇa paramparā (karṇa betekent oor, paramparā lineage). Zuiver luisteren met een open geest maakt begrijpen mogelijk. Alleen in volledig begrip is de śruti op de juiste manier gehoord. Alleen de śruti op de juiste manier gedoceerd door een gekwalificeerde guru aan een gekwalificeerde aspirant (adhikārī) verwijdert onwetendheid, waarna mokṣa vrij kan stralen.
Het hele kennismiddel van woorden (śabda pramāṇa) van vedānta is hiervan afgeleid, in de loop der eeuwen ontstaan door de uitwerking in smṛti en prakaraṇa grantha.
Het kenmerk van śruti is dat ze worden beschouwd als tijdloos en niet door mensen bedacht (apauruṣeya). Een mens is per definitie onwetend, want een mens die wetend is, is geen mens, maar bewustzijn. Dit moet je van buitenaf horen. Later is een tekst als de Bhagavad Gītā (Vyāsa) geschreven door een mens, vanuit de herinnering van de non-duale teaching van de Veda’s (de śruti). Dit heet smṛti.
Bij elkaar zijn er zo drie (traya) bronnen (prasthāna) die samen de basis van vedānta vormen:
1. De Upaniṣads (śruti prasthānam).
2. De Bhagavad Gītā als onafhankelijke tekst, onderdeel van de Mahābhāratam (smṛti prasthānam).
3. De Brahma Sūtrāṇi, een analytische studie van Upaniṣad-mantra’s (nyāya prasthānam).
Nog weer later hebben grote geesten als Gauḍapāda, Ādi Śaṅkara Bhagavatpāda, Vidyaranya en Sadānanda, maar ook vele anderen tot op de dag van vandaag onderwijsboeken geschreven, de zogenaamde prakaraṇa grantha, bedoelt om het kennismiddel efficient en effectief te doceren.
De ene keer zijn deze wat technischer van aard (Vedāntasara van Sadānanda), soms een combinatie van poëtisch en didactisch (ātma bodha, Śaṅkara).
- shrutiGehoord. Een naam voor de heilige kennis van de Veda's, de Upaniṣads in het bijzonder, ontvangen door rṣi's in hun heldere mind, die mondeling is doorgegeven van generatie op generatie.