VEDANTA

Wetenschap van Bewustzijn

Śravaṇa is de eerste, essentiële fase van vedānta, jñāna yoga. De andere twee fasen zijn manana (reflectie op de logica van de lessen) en nididhyāsana (contemplatie op de waarheid van mijzelf. door diepe verinnerlijking in alle aspecten van mijn wezen en leven).

Om zuiver te horen, moet mijn geest neutraal, subtiel en evenwichtig zijn. De geest is als een (water)spiegel die het bewustzijn weerspiegelt, maar het verduistert met de modder van onwetendheid. Onwetendheid kan worden gezien als waas op een spiegel, of rimpelingen in het water. Degene die zijn of haar diepe wateren, spiegel of oppervlak netjes en schoon heeft, is voorbereid om te begrijpen wat er wordt gezegd, en om de gelukzaligheid van het bewustzijn zuiver genoeg te weerspiegelen om te begrijpen. Dan veegt kennis alle ideeën weg dat ik iets anders ben dan puur, oorspronkelijk bewustzijn.

Dat ik denk dat ik een individu ben is natuurlijk en logisch, maar onwetend. Omdat de mind onwetend is, zal het individu moeten horen, dat het geen individu is.

Er gebeurt namelijk iets bijzonders in de luister-fase. Als mijn denken onwetend is, hoe kan ik met deze onwetendheid ooit zelfkennis begrijpen? Of mij er logisch uit redeneren (manana), of contempleren (nididhyāsana)? Nee, śravaṇa is waar hét ‘gebeurt’. Dit artikel is zo lang, omdat ik daar graag even op doorhamer. En daarom heb je een leraar nodig, en een onberispelijk kennismiddel. Iets wat heel moeilijk te aanvaarden is voor een mens, en al helemaal voor een modern mens. Wat is moeilijk? Dat ik aanvaard, dat ik het niet weet, en er zelf niet uitkom, en mij overgeef aan onderwijs, dat sinds de mens een volwaardig, gecultiveerd, talig wezen is geworden, volledig stabiel al millennia zoekers hun vrijheid doet inzien. Tuurlijk, er zijn bijzondere verlichte individuen gereïncarneerd, maar die zijn zo zeldzaam, dat we er niet van uit kunnen gaan dat we dat zelf zijn. Wij, gewone stervelingen, moeten de uitnodiging aangaan totaal out of the box te kijken. Wie dat kan, wie af wil van zijn oude denken, gaat hard. Niet voor niets heet het wel een tweede geboorte (dvi-ja). De zoeker die zich overgeeft is geen zoeker meer. Hij of zij is de oude niet meer. En van de oude wil zij of hij nou ook net af. Wat een oneindige opluchting! Hoe kan ik de oude zijn, als zelfrealisatie het verschuiven van mijn entiteit is van iets nietigs, naar dat wat het onmetelijke ruime ruim maakt. Mijn eerste svabhāva (relatieve natuur)) blijkt schijnbaar te zijn. Mijn tweede, werkelijke svabhāva is de svabhāva van het bestaan, dat we met zijn allen delen. Als ik dat inzie, mag mijn relatieve svabhāva vrolijk ronddartelen. Kijk:

Er is maar één bewustzijn. Kennis komt (schijnbaar) uit bewustzijn, en evoceert de pure zelfkennis van een schijnbaar wetende unit (de leraar jīva), naar een andere onwetende unit (de leerling jīva), binnen het gehele īśvara systeem. Evoceren betekent iets oproepen dat al verborgen in je zit. Logisch want je bent al bewustzijn, pure kennis, en alles is dat. Het moet opgewekt worden, opgeroepen, onthult, ontdekt. De kennis ‘zit al in je’, maar is schijnbaar bedekt met onwetendheid. Śravaṇa is evocatie. De bedekking is schijnbaar, want het licht dat je bent, schijnt al volledig vrij op de onwetendheid. Onwetendheid is een superpositie, iets wat aan mij verschijnt, niet iets dat ik ben. Onder andere dat, doet het kennismiddel je inzien.

Onwetenheid, de hele mind, kunnen zien als damp op de spiegel, of rimpelingen op het water. De modder in het water metafoor laten we hier graag los. Want bewustzijn is puur, en laten we zeggen ‘schijnt op zijn rimpelingen’. Degene die zijn spiegel schoon genoeg heeft, of bij wie het wateroppervlak stil en kalm genoeg, is voorbereid om het gehoorde te begrijpen, en de bliss van bewustzijn zuiver genoeg te reflecteren om te begrijpen. Dan vaagt kennis alle noties weg, dat ik iets anders zou zijn zuiver, origineel bewustzijn.

Er zijn een aantal uitdagingen in deze. Wat de vedānta (leraar) te zeggen heeft is een goddelijk standpunt, ondersteund door de traditie. Niet dat de leraar bijzonder is, nee, het is de kennis die de leraar overdraagt, die goddelijk is. Om mij hieraan te kunnen overgeven vergt echt nogal wat. Zuiver luisteren is heel moeilijk. Om te beginnen moet ik geen oordelen hebben over de opzet van de satsang en vertrouwen (śraddha) hebben in de onberispelijke autoriteit en kennis van de leraar.

Verder moet ik geen verstrooide (vikṣepa) of afwezige geest hebben, zodat ik steeds afgeleid ben. Luisteren is het resultaat van horen. Van nature pakt het gehoororgaan geluiden op. Maar om mijn aandacht volledig te richten op gesprokene, moet ik een focus (samādhāna) kunnen opbrengen, vaak dagenlang, omdat idealiter, de teaching het hele panorama van onwetendheid aanpakt, en dus volledig verteld moet worden.

Ik moet enigzins fit en uitgerust zijn, om niet duf of slaperig te worden.

Voorts heb ik vaak te kampen met een bepaald geloofssysteem of denkkader dat onwetend is. Dan zal mijn geest bedoeld of onbedoeld aspecten van de teaching aanpassen, zodat het dit geloofssysteem of denkkader van pas komt (confirmation bias). Sommige mensen puzzelen aspecten van vedānta in de trainingen of therapieën die ze geven. Dit is niet de bedoeling van advaita vedānta.

Verder kan de mind geïnspireerd worden en gaan fantaseren or rumineren. Dit betekent het toevoegen van mijn eigen ideeën, overtuigingen of verfraaiingen aan wat er gezegd. Dan schrik ik ineens wakker uit mijn eigen autonome denkpatronen. Zonder de juiste nauwkeurigheid zal er weinig goed begrepen worden.

Hoe bereid ik mijn geest voor op śravaṇa? Met karma- en upāsana yoga, sādhana catuṣṭaya (essentiële kwalificaties), een oprechte waarden inventarisatie, en de daaruit voortvloeiende accomoderende levensstijl aanpassingen. Ook aṣṭāṅga-yoga, de boeddhistische mindfulness of allerlei vormen van meditatie-beoefening zorgen voor een goed voorbereide geest. De weg naar vrijheid is geen sine cure. Maar als ik aan mijn persoonlijkheid werk zal gaandeweg het geluk en de zelfwaarde en zelfstandigheid groeien. Bij moderne zelfonderzoekers gaat begrip van de waarheid en emotionele volwassenwording samen op.

Śravaṇa kan zelfs onverwachts plaatsvinden. Dit noemen we het horen van āpātata (onverwachts, plots, oppervlakkig) jñāna (kennis). Dat soort momenten heeft ons vaak bij vedānta gebracht. Iemands geest kan er zo klaar voor zijn, dat zij of hij in een situatie terecht komt, door een ontmoeting met een wijze, of een lezing waar hij of zij, op het oog toevallig, mee naartoe genomen wordt. Toeval? Nou, alles wat we weten is dat de waarheid naar je toe komt. Dus wie maalt erom? Antwoorden op het hoe en waarom zijn nutteloos en behoren toe aan īśvara.

Een formele aantekening over de context: Śravaṇa, horen, is een śruti- (geschriften) of śabda (gesproken woorden) pramāṇam (kennismiddel), die ajñāna nivṛtti brengt, het wegnemen van door onwetendheid veroorzaakte fouten. Manana (reflectie, logica en Q & A) is dan nodig om twijfels weg te nemen. Maar viparīta bhāvanā (verstoring door diepgewortelde patronen) wordt alleen verwijderd door nididhyāsana. Nadat ik mijn eerste aha erlebnis (zelfrealisaties) gehad heb in śravaṇa, val ik steeds weer terug in onwetendheid, in de basis in bindende oude angsten en verlangens. Bij nididhyāsana zet ik obstakels in het licht van zelfkennis, en assimileer zo de realisatie van aham brahmāsmi in alle aspecten van het leven (actualisatie). Na actualisatie zijn er geen momenten meer dat de kennis niet onmiddellijk beschikbaar is (alle momenten zijn mithyā, niet echt), en mijn beleving valt samen met de volheid, heelheid en vrijheid die ik al was.

Terug naar het cruciale punt van dit onderwerp: De realisatie van mijn ware zelf vindt plaats tijdens śravaṇa, zelfs als ik kennis memoriseer in nididhyāsana, heeft het dezelfde dynamiek als in śravaṇa. We kunnen parate kennis uit het geheugen zien als genade van īśvara. Als de leer weer naar onwetendheid komt, is het altijd van buitenaf! Śravaṇa betekent niet meer dan ‘van buiten de individuele mind’. Mijn hele zelfbeeld als persoon bestaat namelijk uit individuele onwetendheid. Daarin is geen plaats voor kennis. Een subtiel punt. Steeds weer word ik uitgenodigd om out of the box uit mijn bekrompen comfortzone te stappen.

Śravaṇa creëert geen kennis; het onthult kennis. Kennis komt van buiten de individuele mind, net als bij de zieners (ṛṣayaḥ) van het oude India. Kennis was altijd al aanwezig als het bewustzijn waarin het potentieel schijnbaar in aanwezig was. Het wordt geopenbaard of blootgelegd aan het nietige persoontje dat er karmisch klaar voor is. Wie begrijpt hoe dit werkt, kan aan zijn mind gaan werken. Bij degene die begrijpt, zullen obstakels, fouten, misverstanden en twijfels worden weggenomen, door śravaṇa in de satsang of waar een moderne luisteraar allemaal toegang toe heeft. Tegenwoordig is er heel veel materiaal op YouTube te vinden, bijvoorbeeld van de ‘you tube Svāmī’ Sarvapriyananda.

Maar nog steeds is het advies: Onderga een complete teaching van een live leraar, stel vragen (manana) en ga met hem om. Die leerling die zich gretig blootgeeft aan de hulp van de leraar, gaat hard!

Nogmaals dit belangrijke, maar subtiele punt: Weten is geen handeling. Het is aanwezige betekenis. Luisteren is ook geen handeling. Degene die handelt is īśvara door de sprekende leraar. De leerling doet niks, maar laat de pramāṇa inwerken op zijn gesuperponeerde onwetendheid. Je bent dus helemaal niet onwetend! Dat wordt je nou net verteld. Net zoals zijn wat je bent, heel moeilijk is, en oneindig eenvoudig, is stil zijn in de satsang heel moeilijk. Wie neemt nou in één keer klakkeloos aan dat hij een oceaan van bewustzijn is, gelukzaligheid, oneindigheid en vrijheid, waarbuiten niets anders is.

Dus is zelfkennis niet het resultaat van de actie van de toehoorder. Het is het ontdekken van wat schijnbaar al potentieel aanwezig is. Ander kan de werkelijkheid niet non-duaal zijn. Het gebeurt op natuurlijke en moeiteloze wijze wanneer de betekenis van bepaalde woorden, die in het oor aankomen, zonder vervorming of toevoeging worden begrepen. Dit is īśvara’s zegen, dit is de zegen van het zelf.

Zelfkennis vindt dus alleen plaats in śravaṇa, niet in de twee andere fasen manana (reflectie) en nididhyāsana (contemplatie). Die zijn wel nodig, om de blokkades op te ruimen om zuiver de kennis te laten inwerken. Maar dan zal men altijd weer moeten terugkeren tot śravaṇa, het verwijderen van onwetendheid door wetendheid door te luisteren.

Het feit dat onwetendheid alleen van buitenaf kan worden verwijderd, en ik daarom een leraar nodig heb, die mij kennis voorhoudt, gedoceerd volgens een correcte, effectieve methode, wordt vivaraṇa genoemd. Dit in tegenstelling tot bhāmatī, dat stelt dat het een lineair proces is, voltooid door het opruimen van de obstakels (pratibandha’s) in nididhyāsana. Na vele discussies door de eeuwen heen tussen Vivaraṇa- en Bhāmatī scholen, volgt de moderne vedānta onderwijs logischerwijs het vivaraṇa-standpunt, omdat je er niks voor kunt doen om de waarheid te zijn, die je al was. Alleen onwetendheid kan weggenomen door de betekenis van de woorden in śravaṇa.

Hoe kan het ook anders? Omdat ik de non-duale waarheid ben, moet mijn onwetendheid verdwijnen door de warme, wijze woorden van vedānta, als sneeuw smelt voor de zon. Dan straalt het zelf als vanzelf, zoals het altijd al deed, maar waar ik onwetend van was.

Reflecteren en contempleren zijn natuurlijk vormen van doen. De zuiver gekwalificeerde heeft aldus alleen śravaṇa nodig. Manana en nididhyāsana, zijn erom te her-kwalificeren. Dit is een zeer subtiel punt, maar essentieel.

De uitleg van deze Sanskriet term is geschreven door Simon de Jong.
Op de index pagina vind je de volledige Sanskriet begrippenlijst. 

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

Meld je aan voor de nieuwsbrief
(verschijnt hooguit enkele malen per jaar)

Eerder verschenen nieuwsbrieven
– oktober 2024  (
Dutch)
– october 2024  (English)