Over het algemeen betekent satsaṅga gezelschap (saṅga) van de wijzen of omgang met een wijze. Meestal is dit een setting waarbij de leerling luistert (de essentiële fase van het onderricht, śravaṇa) of in gesprek is met zijn leraar.
- satsang
Het kan echter ook uitwisseling op email zijn of een studiegroep zijn, met adhikari's (gekwalificeerde leerlingen) onderling. In het laatste geval is het wel handig als er wat 'ware kennis' betreft een autoriteit meedoet.
De diepere, ingevouwen (lakṣyārtha) betekenis van het woord satsaṅga is 'gehecht zijn aan' van de Sanskriet zaadvorm sañj, hechten, kleven.
Nu volgt de heerlijke nuance. In principe willen we ongehecht zijn, zoals Saṅkara krachtig bezingt in zijn ode aan de waarheid in de vorm van zijn 'sierlijke krans van verzen' (Brahma jñāna vālī mālā):
asaṅgo'hamasaṅgo'hamasaṅgo'ham punaḥ punaḥ
Ongehecht ben ik, ongehecht ben ik, keer op keer ongehecht ben ik.saccidānandarūpo'ham ahamevāhamavyayaḥ
Mijn aard is bestaan, bewustzijn, zaligheid. Ik ben de zelf, onvergankelijk!Het werkzame woord is hier asaṅgaḥ (asaṅga, 1e naamval), ongehechtheid. Waar wil ongehecht van zijn. Van de toestanden, objecten van geest, lichaam en wereld.
Wat moet satsaṅga dan werkelijk betekenen? Ik ben gehecht aan het het werkelijke bestaan (sat) zelf. De waarheid is mij aangekleefd, wat natuurlijk niets anders betekent dan: 'Ik val samen met het bestaan (sat).