Het eindeloze wiel/ de eindeloze cyclus (cakra) van stromende wording (saṁsāra), ingericht volgens de universele waarden en wetmatigheden van īśvara, inclusief herhaalde geboortes en sterfgevallen, ook wel transmigratie genoemd.
- samsara cakra
Letterlijk betekent het ‘samen (saṁ) stromen (van Sanskrietwortel sṛ)’. Dit drukt de consistente orde uit, volgens welke alles schijnbaar verloopt. Voor een individu is het leven en de wereld vaak onoverzichtelijk, maar voor īśvara volgt alles een perfecte logica.
Op deze manier betekent saṁsāra grappig genoeg, ongeveer hetzelfde als het panta rhei ‘alles stroomt’ van de Presocratische Griekse filosoof Herakleitos (540-480 v. Christus). Deze stond overigens via nomos (wetmatigheid), logos (inzicht, kennis) en het beschrijven van een eenheid achter dialectische (dualistische) delen, die zich in hun tegendeel oplossen, intuïtief dicht bij vedānta. Het grote verschil met vedānta is natuurlijk dat Herakleitos niet zo duidelijk verklaarde dat 'alles wat stroomt' maar een mirage is in bewustzijn. Het bestaat wel, maar is niet wat het lijkt dat het wel is, namelijk niks anders dan bewustzijn zelf, dat vormen aan 'lijkt te nemen'.
Saṁsāra, dat niet reëler is dan een droom, is het resultaat van de puruṣa, de personificatie van bewustzijn, dat zich (door onwetendheid) identificeert met de modificaties van de guṇa's. Dit leidt tot de perceptie van het verschil tussen een individu en īśvara. Een individu verlangt, doet en kiest, īśvara geeft wetmatig wat het vraagt of verdiend.
Saṁsāra wordt vaak gekarakteriseerd als een verraderlijke oceaan die de jīva met problematisch probeert over te steken (tarati, hij-zij steekt over). Moksa is ‘aankomen aan de overkant van de oceaan van saṁsāra (saṁsāra sāgarasya pāragamanam)’. Dit aankomen is niet meer dan dat kennis zijn werkt heeft gedaan en alle wordt gezien en ervaren als het non-duale bewustzijn zelf, stralend als bewustzijn.
Dit bereiken is natuurlijk zelf-kennis, en blijkt moeiteloos te zijn. Het is de herkenning zelf de eindeloze, moeiteloze oceaan van gewaarzijn te zijn. Het oversteken van de oceaan, moet daarom goed begrepen worden. Het idee is dat ik eerst emotioneel volwassen moet zijn, wil kennis werken. Dat is het moeilijkste stuk. Als we het toch over oceanisch hebben, dan kunnen we onszelf beter als oceaan zien, waar de zintuigen en de zintuigelijke objecten in rondzwemmen. Een zintuig is niet meer een object, dan het object dat het zintuig waarneemt. Dat benadert als uitdrukking de oceaan van bewustzijn wat meer.
Saṁsāra wordt formeel ook wel gedefinieerd als śarīrādi upādānam eva lakṣaṇam yasya saḥ saṁsāraḥ - "Saṁsāra is dat wat wordt gekenmerkt door het aannemen van lichamen, enz." Het woordje ādi na śarīra (lichaam), betekent ‘en zo voort’. Dat drukt nou precies uit wat saṁsāra is. Het gaat maar voort en voort, en er lijkt wel geen eind aan te komen. Wie onwetend blijft en zijn persoonlijkheid en de wereld ziet als echt, zal (schijnbaar) eindeloos lichamen aannemen, zal (schijnbaar) eindeloos handelingen aangaan, zal (schijnbaar) de gevolgen van handelingen moeten dragen en zal (schijnbaar) eindeloos verschillende wereldse contexten tegenkomen, en daarbij (schijnbaar) ervaringen opdoen die we hemels (svarga loka) of hels (naraka loka) noemen. Een heel gedoetje dat saṁsāra.
Vrijheid van saṁsāra bestaat alleen uit het herkennen en volledig vaststellen dat alles brahman is: puur absoluut bewustzijn. En dat ik dat brahman ben. Dan zie ik dat ik nooit geboren was en ook nooit sterven kon. Mijn lichaam-geest als hoofdpersoon van het verhaal dat saṁsāra heet, is (schijnbaar) in mij geboren, en sterft (schijnbaar) continu in mij, iets wat we verandering noemen.