Analyse van het eerste ‘vroegere’ (pūrva) deel (de karma kāṇḍa of rituele deel) van de Veda’s dat pūrva mīmāṃsā (analyse, reflectie) wordt genoemd, premature, maar noodzakelijke reflectie.
- purva mimamsa
Het staat daarom ook bekend als karma (actie) mīmāṃsā.
Welke acties in het bijzonder? Offers verpakt in rituelen (bijv. yajña, yāgaḥ, kratu, homa). Met welk resultaat? Door een goed (dharmisch) en gezond (denk aan bijv. ayurveda) leven te leiden, kom ik in de hemel (svarga) terecht. Is dat blijvende vrijheid? Nee, ook hemelse omstandigheden komen tot een einde. Is het echte vrijheid? Integendeel, stellen de Upaniṣads.
Īśa Upaniṣad is hier heel duidelijk over. Het verlangen naar materiële glorie is als het betreden van duisternis (andhena tamasāvṛtāḥ, vers 3, bedekt met duisternis door blindheid). Het is spirituele zelfmoord (ye ke cātmahano janāḥ, vers 3, dat wat een mens zichzelf laat doden). Degenen die vastzitten in het uitvoeren van rituelen of degenen die vastzitten in het aanbidden van god(en) betreden de duisternis, vers 9. Maar dan paradoxaal in vers 11: Beide paden langsgaan leidt tot vrijheid en oneindigheid. Het ene pad leidt tot het andere.
Dit betekent dat juiste, oprechte actie met de juiste devotionele houding uiteindelijk zal leiden tot kennis, wat onmiddellijk zal leiden tot vrijheid. Van karma kāṇḍa naar jñāna kāṇḍa, van actie naar kennis. En dus van pūrva mīmāṁsā naar uttara (hoogste, ultieme) mīmāṃsā (analyse). Uttura mīmāṃsā is synoniem met vedānta. Vedānta betekent het einde van kennis, of de kennis die kennis uiteindelijk overbodig maakt. Dus eerst (pūrva) de relatieve kennis (mīmāṃsā) die leidt tot voorbereidende actie, dan de hoogste (uttara) kennis.
Nogmaals: Hebben rituelen, devotie en heilzame actie dan geen zin? In tegendeel stelt vedānta. De upaniṣads openbaren dat de veda's zo zijn opgebouwd, dat alle rituelen en de houding van karma yoga (het opdragen van actie aan het goddelijke) en dus pūrva mīmāṁsā, leiden tot een zuivere geest, die tot de kennis zal leiden dat ik de vrijheid zelve ben. Deze kennis wordt geopenbaard in vedānta of uttura mīmāṃsā.
Evenwel lijken de grondleggers en aanhangers van pūrva mīmāṁsā anders tegen de werkelijkheid aan. Ze gaan uit van een oneindig zelf, maar stellen dat deze individueel is. Een oneindig individu is niet mogelijk. Allen oneindigheid, wat het ook moge zijn, is oneindig. Dat deze zelf een doener (kartṛ) is een genieter (bhoktṛ), op zoek naar hemelse sferen.
Vedānta is het met ze eens dat de Veda's eeuwig zijn en niet van mensen (apauruṣeya) komt. Maar vedānta wijst pūrva mīmāṁsā er vriendelijk op dat ze de apotheose van de veda's negeert. Namelijk de kennis die alle andere denkrichtingen opneemt in onmiskenbare waarheid.
Vedānta is het met ze eens dat de Veda's eeuwig zijn en niet van mensen (apauruṣeya) komt. Maar vedānta wijst pūrva mīmāṁsā er vriendelijk op dat ze de apotheose van de veda's negeert. Namelijk de kennis die alle andere denkrichtingen opneemt in onmiskenbare waarheid.
We kunnen hiermee stellen dat īśvara alles insluit en gebruikt om tot waarheid te laten komen. Er ontstaat een filosofie die betrekkelijk is, maar leidt tot de ware visie. Dit kan niet anders, de waarheid moet zich laten kennen in de relatieve werkelijkheid. Dit is de nuance van de geschiedenis van vedānta.
Pūrva mīmāṁsā stelt dat als ik mij aan de dharma houdt kom ik in een hogere loka (hemel) terecht kom. Dit komt overeen met de visie van veel religie's.
Voorts zeggen sommige aanhangers van karma mīmāṃsā ook ten onrechte dat de veda je opdraagt actie te ondernemen in combinatie met jñānam voor mokṣa, en dat mokṣa alleen uit een combinatie van de twee voortkomt (jñāna karma samuccaya vāda).
In de canon van de Indiase filosofie is pūrva mīmāṁsā één van de zes filosofische scholen, darśana's, waarmee vedānta debatteert. De traditie als zodanig is begonnen bij de Purva Mīmāṃsā Sutra's (ca. 300–200 v.Chr.), geschreven door Jaimini.
Aan de hand van het concept vipaṇam (ruilhandel, reciprociteit) kan ṛtam (de relatieve waarheid) uitgelegd worden. Simpel gesteld: Ik doe rituelen en offers en krijg er de zegen van de heer voor terug, in de vorm van (eindige!) zalige ervaringen. Het is spirituele sales (vipaṇa). Hier wordt gesteld dat het materiële bestaan eindeloos is en dat ik er maar beter een zo goed mogelijk plek in kan verwerven (in de hemel, midden tussen de deva's).
Dit doet denken aan de Katholieke aflaathandel in de Europese middeleeuwen. Ik ga koop een ritueel, en krijg het gunstige karma voor terug, dat ik er goed op sta bij God. Het schijnt dat dit in de brahmanencultuur ook veel voorkwam, iets waar iemand als boeddha zich van afzette. Maar hij gooide helaas met het kind het badwater weg. Waarom? Wij zeggen: Geef het individu over (geef het weg) met karma yoga en kennis yoga. Wat je ervoor terugkrijgt is god én vrijheid en volheid (pūrṇatva). Ik hoor toch vaag dat boeddhistische beoefenaars worstelen met het begrip leegte. Hoe ik zo naar mijzelf kijk is essentieel. Als iets waar niets aan toegevoegd kan worden, volledig tevreden. Of als de boeddhistische leegte (śūnya). Beide concepten drukken uit vrij te zijn van objecten, maar het werkt toch anders in op onwetendheid.
Pūrva Mīmāṁsā drukt uit dat de cyclus van karma eeuwigdurend is, en het beste waar men naar kan streven een hogere geboorte is. Vedānta ontkent deze cyclus van saṁsāra niet, maar stelt dat het maar schijn (vivarta) is, niet echt (mithyā).
Purva Mīmāṃsā beweert dat het primaire doel van de Veda's is om mensen te betrekken bij rituelen om goed karma te creëren, en dat het daarom de voornaamste verantwoordelijkheid van de volwassen ziel is om de exacte betekenis van de opofferingsbevelen van de Veda's te kennen en uit te voeren.
Een interessant figuur is dit speelveld van visies is Maṇḍana Miśra. Hij schreef zowel non-duale teksten (brahmasiddhi, brahman realisatie) als Mīmāṃsā teksten. Naar verluid werd hij verslagen door Śaṅkarācārya in een debat over het vraagstuk, of bevrijding direct door het horen/zien van kennis plaatsvind (śravaṇa) of dat het in de tijd ‘bereikt’ kan worden (de bhāmatī visie) door contemplatie (nididhyāsana).
Ofwel over de vraag of het puur kennis is dat vrijstelt, of ook de combinatie actie kennis (jñāna karma samuccaya). Śaṅkara won het debat op basis van het volgende argument: Ook al heeft meditatie en contemplatie (beide acties) een functie om diepgewortelde obstakels te verwijderen, alleen de directe, onmiddellijke werking van kennis kan onwetendheid verwijderen als een gekwalificeerde mind tot śravaṇa komt (de vivaraṇa visie). Simpel gezegd: Als kennis nog niet werkt, moeten we eerst terugkeren naar juiste actie om ons te kwalificeren, om ons daarna weer tot kennis te wenden. Tegenwoordig volgen we de de vivaraṇa visie. Zolang er nog een doener is, die iets aan het doen is, ook al is het contemplatie op zijn ware natuur, is mokṣa onmogelijk. In feite is het namelijk altijd īśvara die de doener-vrije zelf, kennis voorhoudt. Het is dus een schijnbare god-zienerschap ‘verhouding’.
De traditie zegt dat Maṇḍana Miśra zich daarna na zijn nederlaag de bekende volgeling Sureśvara werd, auteur van onder anderen Naiṣkarmya-siddhi. Deze naamsverandering wordt betwijfeld door de wetenschap.
De historische feiten doen er niet toe. Voor ons is het van belang de nuances van de discussie te begrijpen en om in te zien dat iemand in één leven voorlopige inzichten kan doorlopen als voorbereiding op onomkeerbaar inzicht.