Menselijk (puruṣa) streven, motivatie of doel (artha). Mensen hebben meestal niet door, dat achter alle betrekkelijke doelen het diepere streven zit om vrij (mokṣa) te zijn van alle beperkingen.
- purusartha
Puruṣārtha wordt formeel gedefinieerd als datgene wat een mens zoekt (puruṣeṇa arthyate iti). Een mens is dus een zoeker. Hij heeft geestelijke onrust, en voelt, op zich terecht, dat het anders moet en kan. Er worden vier doelen gedefinieerd in Vedānta. Artha (veiligheid, zekerheid) kāma (verlangens najagen, vertier), dharma (goed doen) en mokṣa (bevrijding door inzien van je vrijheid).
Een mens denkt dat hij op zoek is naar zekerheid, veiligheid, bezit nageslacht, vertier en afleiding, en een goed leven, maar geboren zijn als mens betekent een zoeker zijn naar vrijheid. Dit uit zich ook in innerlijk rust. Mensen willen rust vinden. Hun ware natuur bewustzijn is oneindige rust. Als je geheel verinnerlijkt weet dat je dat je vrij bewustzijn bent, ben je vrij en in totale rust.
De eerste drie doelen worden preyas genoemd. Preyas betekent: 'wat mij lief is'. Dit begint met een basale drijfveer, namelijk artha. Artha betekent wat wij tegenwoordig bestaanszekerheid noemen of veiligheid. Het zijn de dieperen drijfveren uit lijfsbehoud. Overlevingsdrang en zekere mate van welzijn en welvaart (vittaiṣaṇā) dus. Hier vallen de eerste levenbehoeften onder. Voedsel, huisvesting, gezondheid, nageslacht (putraiṣaṇā) etc., voldoende middelen. Dit zijn de wat meer dierlijke doelen.
Als ik dan mijn zaakjes op orde heb, is het niet gedaan, de onrust blijft, ik moet nog steeds mijn leven 'vorm geven', of voel dat er iets mist, ik merk dat ik een rupsje nooitgenoeg ben. Er is verlangen naar meer, of er is verlangen uit verveling vanuit een zekere mate van luxe. Dit tweede doel heet kāma (verlangen). Zoals bekend is verlangen verslavend en kan dit vrij onverzadigbaar uitpakken bij mensen.
Nog steeds zal ik mij beperkt en incompleet voelen. Dit gaat over het existentiële gevoel van zinloosheid bij veel mensen. Dit kan bezweerd worden door mijzelf continu bezig te houden met 'leuke' of 'nuttige' dingen (kāma, bucketlist-principe) of ik bezweer dit gevoel door 'goed' te doen (dharma), het derde doel.
Nou is er natuurlijk niks mis met goed doen, en het is ook een stadium wat absoluut aangegaan moet worden. Maar dharma zoals hier bedoelt is nog niet de dharma van degene die kennis zoekt, en weet dat hij eerst volgens de onberispelijke wetmatigheden van de goddelijke empirische werkelijkheid moet leven, om de spanningen uit zijn leven te halen.
De dharma zoals hier beschreven bij 'de menselijke motivaties' is in principe 'goed doen' om je zelf 'minder slecht' te laten voelen, dus wederom bedoeld om uit dat unheimliche gevoel te komen, beperkt te zijn. Het is het bezweren van het idee dat er iets mis zou zijn aan het bestaan, zoals het is. Bij dit doel hoort ook het verlangen naar hogere werelden (lokaiṣaṇā). Actie volgens dharma levert een hemel (svarga of nāka), of die nou in je hoofd zit of werkelijk 'ergens' zou zijn. Actie die dharma overtreed levert een hel (naraka) op, of die nou in je hoofd zit of in werkelijk 'ergens zou zijn'. Zowel hellen als hemelen hebben gradaties (zeven in het Vedische systeem). Maar dit kunnen we beter zien als niveau's van relatief geluk of relatief lijden.
Bij deze eerste drie motivaties of doelen probeerde men waarlijk geluk te vinden met vergankelijke middelen, wat per definitie niet kan slagen, al is het alleen al omdat hetgeen je probeert te preserveren, zal vergaan of sterven.
Maar een gezonde levens stijl volgens dharma zal een zeker relatief geluk brengen. Een tijdelijk, betrekkelijk geluk.
Het achterliggende vierde doel van elk mens is mokṣa (vrijheid). Dit is de meest geheime drijfveer, in elk wezen aanwezig, zonder dat mensen het over het algemeen doorhebben.
Als we hier precies naar kijken: Elke actie om mijzelf te dienen, wens ik eigenlijk vrij worden van het gevoel een afgeperkt wezen te zijn. Ik wil dus niet iets verkrijgen: Veiligheid, zaken, middelen, objecten, relaties, partners noem maar op. Wat ik aan het doen ben is: Ik wil af van dat knagende gevoel van onveiligheid, armoede, minderwaardigheid, verlangen, minder groen gras hebben dan de buren etc. etc. Ik wil dus niet iets krijgen, maar ergens van af zijn.
Waar wil van af? Van het gevoel niet vrij en vol te zijn. Waarom wil ik daar van af? Omdat ik in werkelijkheid vol en vrij ben. Ik voel dus aan dat ik leef in een schijntoestand. Vanwege onwetendheid van mijn oneindige natuur, voel ik mij beperkt. Dit is wat men existentiele onrust noemt. De onrust is evident en terecht.
Als ik doorkrijg dat werelds streven niet tot blijvend geluk leidt, zodra ik doorkrijg dat elk verschijnsel een voor en een tegen heeft, die elkaar perfect in evenwicht houden, kom ik erachter dat het aardse leven niet werkelijk iets oplost, en om mijn problemen werkelijk voor eens en voor altijd op te lossen, niet moet zoeken met de eerst drie relatieve doelen! Zo zal ik door de dualiteit die mij voorgespiegelt wordt heen moeten kijken. Dat wat de schijnbare dualiteit mogelijk maakt is mijn non-duale natuur als het bestaan zelf, stralend als bewustzijn.
Dan kijk ik verder dan mijn neus lang is, en zal ik op een dag op de een of andere manier met de teaching in aanraking komen.
Het doel, de motivatie 'vrijheid' wordt śreyas genoemd. Dat wat onder alle omstandigheden goed is. Vrijheid is namelijk dat wat zonder omstandigheden waar is. Vrijheid is vrijheid van omstandigheden. Vrijheid is zelfs voorbij dharma en adharma. Niet dat iemand die vrij is slecht zal handelen. Nee, iemand die vrij is, beziet alles als zichzelf, en handelt vanuit de liefde die zij of hij is.
Vrijheid gaat via kennis. Om kennis te kunnen horen, moet mijn mind gereed zijn. Vedānta is het kennismiddel dat mij daarin begeleidt en mij zal vrijstellen, als ik oprecht en consequent het vedānta programma doorloop.
Echter, eerst zal enigzins begrepen moeten zijn dat alle doelen die ik ijdel nastreef, op nul uitkomen. Daarvoor zal ik een objectieve blik moeten hebben ontwikkeld, en vrij zijn van bindende verlangens (dispassion, vairagya).
Waarom is mokṣa een absoluut doel? Omdat mokṣa het doel is voorbij, param-, alle doelen te zijn, -ārthika.