Pūrṇatvam, volheid. Omdat de waarheid van mijzelf, sat (bestaan) cit (bewustzijn) ānanda (gelukzaligheid) het enige is dat is, wordt het omschreven als vol. Omdat ik als deze volheid het enige ben dat is, ervaar ik alleen maar mijzelf.
Vedānta bestaat om precies uit te leggen hoe dit zit, en hoe persoon en zijn grond, bewustzijn zich tot elkaar verhouden. Als ik het eenmaal weet, als ik eenmaal mijn visie op het bestaan rond heb, is er geen buiten, geen binnen, geen ander. Dan ben ik het geluk van
de volheid en oneindigheid zelf. Dan hoef ik niks te verlangen om gelukkig te worden, dan hoef ik nergens bang voor te zijn. Niets kan mij als vol bewustzijn, als het hele bestaan raken.
Dit is de manier om de schijnbare persoon (waar ik vrij van ben) te kunnen ontspannen. Er is dan geen leed of ontevredenheid meer. Er is dan de ervaring van totale vervulling onafhankelijk op zichzelf te staan. Dit is de aard van het zelf, ātman.
oṃ pūrṇamādah pūrṇamidam pūrṇātpūrṇamudacyate
pūrṇaśya pūrṇamādāya pūrṇamevāvaśiṣyate ||
oṃ śāntih śāntih śāntih ||
Dat is vol en dat is vol. Het volle is uit het volle voortgekomen.
Het volle van het volle genomen, blijft alleen het volle over.
Aum vrede, vrede, vrede.
- purna
Vol. Heel. Compleet. Het geheel. Alles doordringend. Het is de volheid alles als de oneindige volheid van jezelf te ervaren. Dit ervaren is in de zin van weten.