Puṇya pāpa, het onzichtbare resultaat (adṛṣṭa phala) van respectievelijk goed of fout handelen, karma, wordt in māyā (het universele causale lichaam) in een ongemanifesteerde vorm opgeslagen.
- punyam papam
Het manifesteert zich te zijner tijd als respectievelijk geluk (sukha), tevredenheid (tṛpti) of verdriet (duḥkha, śoka) en angst (bhaya) in de verschillende situaties en gebeurtenissen van het leven.
Dan komen we bij de tweede betekenis van karma, namelijk de zichtbare, vruchtdragende (dṛṣṭa phalam) uitwerking ervan. Die manifestatie en doses puṇya en pāpa karma staan bekend als prārabdha karma (letterlijk karma dat al begonnen is), dat deel van het totale karma waarmee één levenspanne begint en dat zich minimaal zal uitwerken in dit leven.
De wereld noch īśvara is verantwoordelijk voor iemands geluk of ongeluk. Ik ben verantwoordelijk. Dit lijkt een eng statement, maar is goed nieuws, omdat dit betekent dat ik de regie over mijn geluk kan pakken. Ik schrijf ‘regie over mijn geluk', omdat regie over mijn leven, natuurlijk aan de īśvara is als de karma phala dātā, de voorziener van resultaten. Als ik begrijp hoe dit werkt, kan ik wijze keuzen voor mijzelf gaan maken, met als apotheose, de keuze der keuzen, de totaal toegewijde, vastbesloten eed (dṛḍha vrata) aan vrijheid, die ik voor mijzelf afleg. Waar ik nu sta is gebaseerd op eerdere keuzen tot actie in vorige levens of het leven tot nu toe, of op resultaten van keuzen in het huidige dharmische veld, die in het hier en nu van dit leven worden gemaakt (āgāmi karma, letterlijk karma dat nog komt). De zelfonderzoeker legt zijn dilemma's ‘op de verfijnde, gevoelige weegschaal van zijn eigen wezen en mind’, en stelt zichzelf de vraag: ‘Draagt de keuze tot deze actie bij, aan zelfinzicht, kennis en vrijheid?’
Mythologisch gesproken wordt het karmische archief bijgehouden door citragupta, die natuurlijk niets anders is dan een aspect van īśvara. Ze noemen hem de karmische boekhouder. De totale voorraad karma heet sañcita karma, soms ook wel anārabdha karma genoemd, karma dat nog niet begonnen is.
Advaita vedānta stelt dat ik, als oneindig gewaarzijn, vrij van karma ben. Als het werkelijke substraat bewustzijn, ben ik de doener niet (akartā), noch kan karma (de svarūpa van) een mens raken (na karma lipyate nare, īśopaniṣad 2).