Kalmte van geest. Van nature stil en vredig en opgewekt (dankzij vairāgya, innerlijke afstand van aandoeningen, rāga). Daarmee geen moeite hebben met zowel aangename als onaangename situaties.
- prashanta citta
Eén van de twee primaire kwaliteiten die nodig zijn voor een gekwalificeerde aspirant (adhikārī) of student van vedānta. De andere is śamānvita.
Het bijvoeglijk naamwoord praśānta kan ook 'vrij van verandering' betekenen, aangezien het verlaten van rust verandering met zich meebrengt. Een geest is per definitie niet helemaal vrij van verandering. Zelfs samādhi is niet volledig stabiel stil, want iemand gaat in samādhi en komt uit samādhi. Praśānta is dus een geest die zo goed als stil is, of voldoende stil om gemakkelijk de lessen van de leraar aan te horen (śravaṇa).
Het is een prachtig woord pra-śānta. De vrede van oṃ śāntiḥ, de pure, absolute vrede van het zelf, gelijk brahman, weerspiegelt zich in een mind die praśānta heeft. De kenner van zichzelf straalt deze vrede (śānta) van de waarheid uit (pra) in zijn omgeving.
De tweede kwalificatie voor een geschikte aspirant van kennis is śamānvita, controle van de geest door middel van een kalme (śama) houding. Er is een subtiel verband tussen praśānta citta en śamānvita.
Praśānta citta is de kalmte die ervoor zorgt dat er genoeg cognitieve ruimte is om mindfull aanwezig te zijn bij de gedachten en zo zelfbewust de gedachten te beheersen (śamānvita), zodat er altijd adequaat (lees dharmisch) respons gegeven kan worden in plaats van reactie, er helder nagedacht kan worden, en zo een waarachtige kennismiddel als vedānta toegepast kan worden in alle aspecten van het leven en beoefening van zelfkennis.