Objecten negeren als ‘niet dit’, ‘niet dit’ (na iti, na iti). Het beste toe te passen in combinatie met mahā vākya’s (grote uitspraken, die rechtstreeks naar de waarheid verwijzen, identiteitsmantra’s).
- neti neti
Het is een uitdrukking die met name op verschillende plaatsen in de bṛhadāraṇyaka upaniṣad wordt gebruikt.
Het betekent dat ik begrijp dat objecten (dit) niet op zichzelf staan, en allemaal verwijzen naar het diepere substraat bewustzijn. Als ik begrijp dat alle dingen op zich een uitdrukking zijn van bewustzijn, kan ik moeiteloos ‘neti neti’ toepassen. Het ontkent dus alles wat geobjectiveerd kan worden, fysiek of subtiel.
Neti neti zeggen is eigenlijk zeggen: Dit object, dat object (iti iti) ben ik, bewustzijn, ook. Maar ik ben het niet als zodanig, niet als een afzonderlijk object. Afzonderlijke objecten als zodanig mag ik ontkennen, als zijnde, niet wat het lijkt dat het is.
Want het heeft geen zin om alles te gaan zitten ontkennen. Dit lijdt alleen maar tot psychische dissociatie. Als alles ontkend is als zijnde slechts verschijningen, uitdrukkingen van de waarheid, moet ons ook verteld hoe het wel zit met de waarheid. We moeten ook weten wat ātma, de zelf ook is. Daarvoor hebben we de mahā-vākya's, de grote stellingen. Zoals 'ik ben brahman' (aham brahmasmi), of 'jij bent dat' (tat tvam asi).
Om de verhouding te begrijpen tussen wat ik mag als ontkennen als mijzelf, en wat ik ben is het begrip mithyā belangrijk. Dit betekent dat alle objecten relatief zijn: Vergankelijk, veranderlijk én met name afhankelijk van satya, het onafhankelijke bewustzijn. Omdat alleen de zelf (ātman) satya is, namelijk onvergankelijk, onveranderlijk en onafhankelijk reëel, wordt het hele universum als zodanig ontkend als niet werkelijk reëel. Ontkenning van objecten, betekent niet dat er niets is. Nee, er is alleen maar zijn. Namen, vormen en functies zijn niet meer of minder dan geleend bestaan van het bestaan zelf. Als een droom in de dromer, als een mirage in de woestijn, als een golf in het water etc.
Alle objecten zijn een uitdrukkingsvorm van mijzelf, bewustzijn, het enige wezen, dat waar de termen ātman, brahma, sat cit ānanda naar verwijzen. Hoe? Een pot is eigenlijk zijn diepere substraat, klei. Alle namen vormen en functies, zijn eigenlijk hun diepere substraat bewustzijn. Hoe dat kan? Omdat alle namen vormen en functies niets anders zijn dan uitwerkingen, concepten van de pure intelligentie die bewustzijn is. En puur vol bewustzijn ben jij. Tat tvam asi.
Bewustzijn is onveranderlijk en wordt niet beperkt door de schijnbare vormen die het aan kan nemen. Net zoals een oceaan niet beperkt is door zijn golven, die niet meer zijn dan tijdelijke verschijningen erin. Door alles wat vergankelijk en objectiveerbaar is (en dus onwaar omdat het niet echt reëel is) zorgvuldig terzijde te schuiven, wordt impliciet de niet-objectiveerbare, onveranderlijke waarheid onthuld.
Neti neti noemen we ook wel bādha, ontkenning omdat het opgelost is in een subtiel geheel. (Sublimeren van objecten in hun ware aard, sublimeren, zie abādha en bādha). Optillen is eigenlijk het optillen van de schijnbare deken van materie, naar het licht dat het werkelijk is, hoewel het mij niet echt bedekte. Je doet dit met kennis, dus gewoon door te weten dat het zo is, zelfs als het anders lijkt (onwetendheid).
Zo werkt ook apavāda vākya, het ontkennen van een eerdere stelling. Een concept kan een waarheid uitdrukken, maar de waarheid is geen concept, maar onkenbaar, en enkel wat ik ben. Zolang we nog iets uitdrukken, is dat het niet, en toch moeten we door de concepten heen, om kennis te ontdekken, en de waarheid te zijn.
Al met al is het belangrijk om te stellen, dat ik mij met neti neti niet afscheid van alle objecten, maar dat ik inzie dat ze allemaal mij zijn, mijzelf, bewustzijn. Alle objecten blijken mijzelf te zijn. Ook andere mensen. Pas met deze non-duale visie, kan ik gemakkelijk onvoorwaardelijk van alles houden. Dat is non-duale devotie. Omdat ik, bewustzijn, alles is dat er is. Objecten zijn ook deze kennis. Schitterende conclusie: 'Aangezien het spook van onwetendheid in bewustzijn waart, hou ik er onvoorwaardelijk van’.