Eliminatie (nāśa) van de overmatige invloed van de geest (manas). Een status of voorwaarde (een van drie) voor een jīvan mukta (zie ook daar).
- manonasha
Dit woord wordt meestal gebruik ter onderscheid van manolaya (opheffing, laya, van de mentale bewegingen, vrtti's van de geest (manas). Bij manonāśa kent men de status van de geest en is men daar via correcte zelfkennis vrij van.
Bij manolaya is de geest stil geworden als in samādhi. Dit laatste is echter een ervaringstoestand, waar men weer uit zal komen. Of de mind nou in stil is of niet, het blijft mind. Vrijheid is vrij zijn van ongeacht een drukke mind of een stille mind, als de stille getuige (sākṣī) van die mind, dat tevens het werkelijke substraat ervan is.
Manonāśa en manolaya zijn maar woorden, maar worden in vedānta vaak zo geïnterpreteerd om misverstanden over vrijheid uit de weg te ruimen.