Brahman vergeleken met een oneindig, eeuwig (nityatva) aambeeld (kūṭastha) waar de wereld met al zijn constant veranderende vormen op danst.
- kutastha nityatvam
Het aambeeld drukt de vastigheid van de onveranderlijke grond die bewustzijn/ brahman is, uit.
Bewustzijn is met geen mogelijkheid ‘van zijn plaats’ te krijgen. Nooit ontstaan, nooit vergaan. Degene die zijn ware natuur is, is als een oneindig aambeeld. Je zou ook kunnen zeggen, van denkbeeldige teflon, onaantastbaar, onvergankelijk en onafhankelijk. Als een Blauwe Lotus die water afstoot, zoals het vette verenpak van een watervogel dat door het water glijdt. Of als een Tefal-pan waar alles van afglijdt.
De smit hamert zijn namen en vormen op het aambeeld van saṁsāra; je bent de smit noch de namen en vorm, maar de vaste in-grond van beide.