Kracht (śakti) van actie (kriyā). De kracht om te handelen, te maken of te doen is inherent aan māyā, en gemanifesteerd inherent aan īśvara. Het is de kracht die jīva’s voelen om te moeten handelen.
- kriya shakti
De kwaliteit die bij kriyā śaktiḥ hoort staat bekend als rajoguṇa (rajas) en wordt uitgedrukt in vikṣepa śakti, de projecterende kracht, de kracht die schijnbaar een wereld 'uitwerpt', ook wel manifestatie geheten.
Kriyā komt van de Sanskriet dhātu (zaadvorm) kṛ. Karma, actie en de effecten van actie komt hier ook vandaan. Dit heeft alles met elkaar te maken. De druk op het individuele systeem om te doen (en de moderne mens kent dit maar al te goed, weinig mensen kunnen stilzitten met zichzelf, zonder iets te ondernemen), is het karmische momentum. De vrucht van vele mensenlevens handelen.
Deze druk kan stap voor stap worden verminderd. Om het karma milder te maken hebben we als mens ook kennisnodig. Door te weten van beoefening als 'nee' zeggen tegen een aandrang (uparati/ uparama), terugtrekken zintuigen (dama, nivṛtti, pratyāhāra) om zo controle en rust in de mind te krijgen (śama).
Bij een mens impliceert kriya śakti ook de kracht om te weten, jñāna śakti, en de kracht om te verlangen, icchā śakti, want een actie wordt voorafgegaan door een gedachte en een verlangen, een wens, waarin kennis aanwezig is: 'Ik wil dat'. Ook heeft een actie een saṅkalpa nodig, een juiste beoordeling van de situatie en een beslissing wat te doen.
Deze drie krachten, jñāna, icchā, kriyā werken, in oplopende graad van subtiel naar grover, samen in de projecterende kracht vikṣepa śakti.
Natuurlijk is īśvara het mechanisme voor dit alles. Māyā/ īśvara, deze verbazingwekkende universele opera in mij. Maar het voelt alsof ik, als persoon, het doe. Een andere reden dat ik niet de doener ben, is dat er geen doener is. Bewustzijn (cit) is eeuwig vrij van schijnbare agentschap.