VEDANTA

Wetenschap van Bewustzijn

Sluit ik aan bij de empirische werkelijkheid zoals deze bedoeld is (dharma, īśvara’s wetten), dan maak ik goed karma aan (puṇya karma). Goed betekent in Vedānta, dat de mind kalm en rustig worden, en mij zal doen groeien in wijsheid over wat er werkelijk aan de hand is in het bestaan. Dien ik alleen mijn eigen belang, en loop ik als een kip zonder kop achter objecten aan, dan zal ik slecht karma (pāpa karma) aanmaken. Slecht of ongunstig betekent in Vedānta: Ik zal een leven leiden gericht op materiele objecten, en zal geen rust in de geest vinden, omdat mijn acties de karmische drukketel opstoken.

Over het algemeen handel ik uit onwetendheid van het feit dat alles als het zelf al goed is. Onwetendheid van het feit dat ik zelf de gelukzaligheid ben, die ik zoek door objecten te vergaren. Ik ben een doener in de veronderstelling dat als ik relaties aanga met wereldse objecten, als ik handelingen aanga waardoor ik objecten verkrijg, of als ik handelingen aanga om mijn verlangens te botvieren, ik er beter van wordt.

Deze ‘karmische druk’ uit onwetend, produceert de geboorte van lichamen (nieuwe geboorten), waarin de verlangende geest zijn intenties tot handelen kwijt kan. Zo wordt saṁsāra in stand gehouden. Het karma, het lot, van elk wezen wordt opgeslagen in māyā, het universele causale lichaam en manifesteert als īśvara.

Er zijn drie soorten karma: Iemands individuele totale voorraad (sañcita-karma), het dat vrucht draagt ​​in dit leven (prārabdha-, ‘reeds begonnen’ karma), en toekomstig karma gecreëerd door mijn acties in dit leven (āgāmi-karma).

Voor de jñānī (de kenner van zichzelf als het ware oneindige zelf) is er alleen schijnbaar prārabdha-karma, dat zich nou eenmaal uitleeft in dit leven, omdat het nou eenmaal schijnbaar begonnen is. Maar de dynamiek van karma is doorzien als niet echt werkelijk (mithyā). Er zal daarom geen nieuw karma (āgāmi-karma) aangemaakt worden, noch eerder karma (sañcita-karma) geboren worden. Er is namelijk geen reden meer, geen karmische druk, geen enkel verlangen tot enig object.

Omdat alle actie beperkt is, zijn de resultaten ervan ook altijd beperkt. Dus kan actie (karma) nooit het onbeperkte resultaat van vrijheid geven. Een effect is altijd in lijn met zijn oorzaak. Geen enkele hoeveelheid of vorm van actie kan de grenzeloosheid produceren die mokṣa is. Evenwel kan actie, met name acties die mijn geest verhelderen, mij voorbereiden op kennis. Dat kan alleen deze kennis, die onderdeel is van complete zelfkennis. Maar kennis kan niét worden gecombineerd met karma (jñāna karma samuccaya vādaḥ) voor mokṣa. Ik weet het of ik weet het niet. Karma zelf is een product van onwetendheid!

Dit is belangrijk om te beseffen. Aanvankelijk moet ik van alles doen om mijn mind objectief en kalm te maken (kwalificaties voor vrijheid). Dan pas kan die zelfde mind begrijpen dat en hoe hij het ene brahman is, gelijk ātmā, het zelf.

Hoe is de dynamiek dan in het de mind, het innerlijk instrument. Hou je vast, dit is er wat allemaal razendsnel plaatsvindt. Karma is onderdeel van een cirkelbeweging. Ik stap willekeurig ergens in:

Er gebeurt iets in de wereld. Ego (ahaṅkāra) kruipt onmiddellijk in de rol van ervaarder (bhoktṛ, positief of negatief). Dit triggert iets in mij. Uit het causale lichaam borrelt een aandrang op, een indruk (vāsanā), nagelaten door eerdere actie (karma). Zodra het in het systeem van het innerlijke instrument komt, noemen we het een angst (bhaya) of verlangen (kāma). Zodra dit cognitief concreter en meer inhoudelijk wordt in het intellect, noemen we het een voorkeur of hechting (rāga) of een afkeer (dveṣa).

De mind (manas) gaat wikken en wegen (vikalpa), en wordt mogelijk emotioneel. Het legt iets voor aan het intellect (buddhi), dat indien gezond, wordt geacht een juiste inschatting en beslissing (saṅkalpa) te nemen wat te doen, op basis van kennis en ervaring uit het geheugen (citta). Ego (ahaṅkāra) wordt als doener (kartṛ) in stelling gebracht, de mind mengt er wel of geen beweging (e-motie) in (het verschil tussen beheersing en actie). En het lichaam reageert, en stopt (uparama) met handelen of handelt (nieuw āgami karma).

Dit karma laat een aangepaste of versterkte! indruk (vāsana) achter in het individuele causale lichaam (onderbewuste), dat zich later zal manifesteren als kāma verlangen, of bhaya angst. Aldus het ratelende rad van kāma/bhaya -> karma -> vāsana -> kāma/bhaya -> karma…, en de functie van het innerlijke instrument daarin.

De uitleg van deze Sanskriet term is geschreven door Simon de Jong.
Op de index pagina vind je de volledige Sanskriet begrippenlijst. 

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

Meld je aan voor de nieuwsbrief
(verschijnt hooguit enkele malen per jaar)

Eerder verschenen nieuwsbrieven
– oktober 2024  (
Dutch)
– october 2024  (English)