Om uit de identificatie met je persoonlijkheid te komen, zal eerst begrepen moeten worden dat de persoon, het individuele levende wezen (jīva) die aan je verschijnt, een klein onderdeeltje īśvara is. Er moet dus kennis zijn van de verhouding īśvara en jīva. Dan kan ik mijn acties als persoon offeren (arpaṇa) aan īśvara. Met de kennis dat alles īśvara is (brahman met zijn eigen schijnbare eigenschappen) wordt het veld waarin het leven zich afspeelt heilig, en kom je te leven in een houding van accomoderen, bijdragen. Acties worden gedaan met de beste intenties, naar kennis en mogelijkheden. Dit stemt al gelukkig.
Het dankbaar in ontvangst nemen van resulaten van acties als geschenk (prasāda) van īśvara is het tweede deel van karma yoga (īśvara-prasāda-buddhiḥ) Dit stemt nog gelukkiger.
Arpaṇa wordt vertaald als offeren, omdat de diepere betekenis ervan ’teruggeven’ is. Aan wat geef ik het terug? Aan daar waar het hoort: Alle kracht, alles kennis, oftewel īśvara, de zegenrijke heer.
Pas in deze houding beoefent iemand correcte karma yoga. Je geeft als het ware je persoon weg, aan waar het behoort, en kan berusten als vrije brahman. Als je teveel investeert in de strategieën van de persoonlijkheid, kan dat een obstakel zijn voor vrijheid, omdat je denkt dat er iets te halen valt in de wereld en eraan hecht.
Het idee dat je in een altaar leeft, is natuurlijk schitterend. Devotie en overgave zet je hart open. De persoon herkent dat hij/zij zich in situaties bevindt die hij/zij niet bewust heeft gecreëerd (allemaal gecreëerd door de goddelijke wet die prārabdha karma manifesteert, karma dat al begonnen is).
Ik realiseer me dat niets mij werkelijk toebehoort en in plaats daarvan alles alleen aan īśvara toebehoort, dat is īśvara arpaṇa buddhi. Ik erken dat ik offerend in toewijding leef als persoon, en maak zo mijn leven heilig en in lijn met dharma.
Pas dan kan ik weten dat ik, puur bewustzijn, vrij ben van het hele gebeuren, en het hele īśvara-spel zich schijnbaar in mij afspeelt. Zolang ik nog strategieën leef om de wereld te exploiteren, omdat ik denk dat ik er beter van wordt, kan ik niet vrij zijn. Vrij zijn, is genieten puur te zijn, zonder het spel dat zich afspeelt serieus te nemen.
Waarom pas dan? Zolang ik claim dat er zaken van mij zijn, denk ik dat ik een persoon ben die iets heeft (mamakāra). Eigendomsrechtelijk kan ik best iets hebben, maar voor ik alles kan zijn, moet ik eerst als nietige jīva niets hebben als cognitieve beleving.
De orde die alle situaties regeert is dharma, en dharma is de heer. Met dit inzicht zal de persoon vanzelf afgestemd raken met het goddelijke wonder dat de wereld is. Zo komt de persoon te leven in het altaar (arpaṇa) van de wereld, en beschouwt zijn lichaam en geest als een altaar. Deze liefdevolle devotionele houding stemt gelukkig.
Deze goddelijke orde bepaalt de volgorde van het leven en wat er in elke situatie van de persoon wordt verwacht. Een karma yogī handelt met het besef van dit feit met een geest vol van dankbaarheid voor alle resultaten die tot hem komen als geschenk van īśvara (īśvara prasāda buddhi).
- ishvara arpana buddhi
Een geest, een intellect (buddhi) die ontwaakt is voor īśvara, geeft alle handelingen over (arpaṇa), ook al heeft zij of hij nog het gevoel de doener zijn. Deze houding is het eerste deel van karma yoga.