- indriyarthesu vairagyam
Soms wordt vairāgya vertaald als onthechting. Maar dit is niet precies genoeg. Omdat de werkelijkheid non-duaal is, ben je de verbinding zelve van alles, dus geen losgezongenheid, geen onthechting, dat is duaal.
Waarom is objectiviteit ten opzichte van zintuigelijke objecten nodig? De eerste reactie van de geest en de zintuigen op de wereld is vaak emotioneel: alles wat men tegenkomt, wordt beantwoord met rāga (voorkeur, aantrekking) of dveṣa (afstoting, afkeer, vijandigheid), een mate van sympathie of antipathie (een aangename of ontevreden vorm van verlangen). Alle verlangens komen voort uit een gevoel van klein-zijn en afgesneden-zijn van de rest. Dit levert emotie op, beweging in de mind – alle emoties zijn positieve of negatieve vormen van liefde. Omdat het uitingen van liefde zijn, moeten dergelijke mentale en zintuiglijke reacties zorgvuldig worden gehanteerd, anders zullen ze de persoon beheersen. Wanneer ik word beheerst door emotie, door passie, ben ik niet beschikbaar voor vicāra, betekenisvol onderzoek.
Dit wil niet zeggen dat ik niet mag genieten van objecten, maar ik weet (!) dat een nastreven van het bevredigen van zintuigelijke genieting een tegenkant heeft, een verlies. Als ik mij vanuit blinde passie verbindt met een object, ben ik gebonden, dit heet een bindend verlangen. Wat we willen is niet-bindend verlangen. Gecontroleerde genieting in de wetenschap, dat er altijd de valkuil is dat er een onbewust spoor (vāsanā) zal worden aangemaakt, die zich later als aandrang in mijn geest zal manifesteren.
Andere vormen van verlies zijn: Ik raak karmisch verantwoordelijk voor de situatie die mijn actie veroorzaakt. Ik raak dus geestelijk afhankelijk, cq. verslaafd. Het verlangen verblindt mij, en ik overzie de mogelijkheden niet meer, en boet in aan wijsheid en emotionele volwassenheid. Mijn innerlijke stilte is verstoord, en ik kan niet van mijzelf genieten. Ik word boos, als ik niet krijg wat ik wil. Oh my god, etc. etc. :).
Of ik het zintuigelijk object wel of niet zal genieten is ook zeer wispelturig. Het hangt van drie dingen af:
1. Beschikbaarheid of nabijheid van het object (Vanzelfsprekend, want wat als er schaarste is? Of mijn partner is niet beschikbaar voor sex?). Dit heet viṣaya lābha (object- verkrijging of beschikbaarheid) of viṣaya sannidhāna (nabijheid van het object).
2. Beschikbaarheid om van het zintuig om van het object te genieten (Als ik verkouden ben, proef ik ineens niet meer. Als ik libido problemen heb, kan ik mijn partner niet meer genieten). Dit heet indriya sāmarthya (het vermogen tot zintuigelijk functioneren) of indriya śakti (de kracht van zintuigelijk functioneren).
3. Beschikbaarheid van mijn geest om van het object te genieten (Er kan verwarring optreden, dat ik automatisch getriggerd raak door een eet-geur, maar mijn mind te geagiteerd is door een ander object om ervan te kunnen genieten. Of mijn anders zo begeerde partner verleidt mij, maar nu ben ik juist gepreoccupeerd omdat ik aan het binge-watchen ben). Dit heet manas prasāda (sereniteit van geest) of citta avyākulatā (niet geagiteerd zijn van geest).
Wie wil nou in die innerlijke turbulentie leven. Voldoende objectiviteit jegens objecten is nodig om de teaching goed te horen en assimileren. De waarde,of beter nog dit vermogen, deze houding, deze geestesgesteldheid wordt genoemd in Bhagavad Gītā 13.9 als tiende van een reeks van twintig voorwaarden/ kwalificaties/ houdingen (waarden) voor vrijheid.
Meld je aan voor de nieuwsbrief
(verschijnt hooguit enkele malen per jaar)
Eerder verschenen nieuwsbrieven
– oktober 2024 (Dutch)
– october 2024 (English)