Dualiteit manifesteert, ontstaat, verschijnt in advaita, non-dualiteit. Het is een een schijnbare realiteit binnen eenheid. De niet duale (advaita) werkelijkheid-waarheid is de basis van dualiteit.
Er zijn verschillende vormen van dualiteit. In eerste instantie om te laten zien dat alle objecten en gedachten in de wereld van de verschijnselen een tegenpool hebben. Pool en tegenpool lossen elkaar op en komen per saldo en per definitie op nul uit.
Daarnaast drukt de dualiteit de meervoudigheid (nānā) uit van de alle verschijnselen en verschillen.
Maar in teaching heeft dualiteit een speciale functie. Het is een fase in de teaching als het ware. De uitnodiging is namelijk om dat wat altijd (nitya) is, te onderscheiden (viveka) van dat wat tijdelijk en vergankelijk (anitya) is. Dit is een belangrijke kwalificatie voor vrijheid. Als dit begrepen is, wordt gedoceerd dat anitya niks anders is dan nitya (advaita, non-duaal). Zo leren we hoe we via dvaita tot advaita komen.
Dualiteit hoeft geen probleem te zijn als je begrijpt dat elk deel in het verhaal zijn tegendeel heeft, omdat het geheel logischerwijs op nul uitkomt. Als je dit inziet, leef je in objectieve onthechting (dispassion, vairagya), nog een een belangrijke kwalificatie voor vedānta. Het geheel van het fysische universum (denk aan hemellichamen en zwarte gaten), maar ook het geheel in een leven. Het lichaam wordt geboren en het lichaam gaat dood. Als ik een verlangen bevredig, zal er een tegeneffect zijn waar ik onder leid, meestal hechting en angst om iets te verliezen. Dit inzicht is heilzaam en absoluut noodzakelijk om vrij te kunnen zijn. Pas als ik niet meer hoef te streven in de dualiteit ben ik geschikt voor waarheid.
De dualiteit van objecten, waaronder ervaringen, verschijnt nou eenmaal. Het is raadzaam het als een spel te zien, vermaak, een verhaal. De verschijning van het leven in de wereld met een geest en een lichaam als echt beschouwen (terwijl het in feite mithyā is) is een probleem. Steeds weer proberen te winnen van een systeem dat zijn feilloze wetten kent is knullig en dom. Dit houdt saṁsāra, het wiel van aandrang, verlangen en actie of het wiel van geboorte, neergang en wedergeboorte in stand.
Begrijpen hoe dualiteit werkt, geeft dus pas werkelijk de innerlijke rust, die iedereen zoekt. Het is die aandrang, minderwaardigheid, en frustratie waar we zo’n last van hebben.
Dualiteit en non-dualiteit zijn dus geen tegenpolen. Non-dualiteit is gewoon de waarheid van de schijnbare dualiteit. Ze bijten elkaar niet. Ze hebben zelfs niks met elkaar te maken, omdat het twee volkomen verschillende werkelijkheden zijn. Non-dualiteit is de oneindige waarheid, het bestaan zelf, vrij, vol en heel schijnend als bewustzijn. Dat ben ik. De dualiteit is slechts een verschijnsel daarin. Het is relatief waar (mithyā) en daarom afhankelijk van satya voor zijn bestaan, vergankelijk en veranderlijk.
Voor degene die vrij is zal het momentum van prārabdha karma, (het karma dat reeds zorgvuldig is begonnen en precies afgewikkeld en ontvouwen zal worden), zich uitspelen. Dit lijkt duaal, maar wordt niet zo ervaren door de vrije jñānī (weter, kenner).
- dvaitaDualiteit. Tweespalt. Een verschijnsel en zijn tegendeel, samen een paar tegengestelden genoemd (dvandva). De beleving dat elk losstaand object een tegendeel lijkt te hebben.