Het (schijnbare) beperkingsmodel of model van conditionering. Avaccheda komt van van chid, afsnijden van iets/ beperken, doordat iets benoemd, bepaald of gespecificeerd wordt.
- avachedda vada
Het is een leermiddel dat ons laat zien hoe het ene bewustzijn opgedeeld lijkt te worden zodra er objecten in verschijnen.
Dit kunnen objecten als gedachten en gevoelens zijn, maar ook ruimtelijke objecten. Net zo als ruimte schijnbaar wordt geconditioneerd of beperkt door meerdere potten om individuele potruimtes (ghaṭākāśa, ghaṭa, pot & ākāśa, ruimte) te vormen.
Net zoals ruimte (ākāśa), hoewel anders lijkend vanwege verschillende conditionerende toevoegingen (upādhis), één en alomtegenwoordig blijft, lijkt alles doordringend bewustzijn (vibhu) anders te zijn vanwege de beperkende voorwaarden van het lichaam-geestcomplex. Wanneer deze toevoegingen worden verwijderd, blijft alleen de ene onverdeelde realiteit over.
De upādhi teaching past in het avaccheda-model. Een schijnbare factor (upādhi) leent zijn eigenschappen of attributen, bijvoorbeeld gekleurd licht als het ware aan de drager, de upahita, bijvoorbeeld een helder kristal. Net zo lijken mayā of onwetendheid hun attributen te lenen aan bewustzijn. Hiermee wordt de upahita schijnbaar geconditioneerd of beperkt. Hierdoor lijkt het dat bewustzijn geconditioneerd wordt (opgesneden, avachinna) door de concepten die geproduceerd worden in de mind.
In werkelijkheid is dit slecht upādhi-werking (kleur in helder kristal, de bewegingen van de geest in bewustzijn) en is het beleefde bewustzijn niet anders dan puur bewustzijn. De volgende twee verzen drukken dit ook heel treffend uit:
vivekacūḍāmaṇi vers 94 (Ādi Śaṅkara):
yathā ghaṭastho vibhākāśo nīyate ghaṭamārutaiḥ
tathā jīvo vibhā brahmaṇi nīyate karmabhiḥ"Net zoals de ruimte in een pot lijkt te bewegen als de pot beweegt, zo lijkt het erop dat de jīva beweegt als gevolg van karma, hoewel hij altijd één is met Brahman."
En dakṣiṇāmūrtistotra verse 4 (Ook Ādi Śaṅkara)
bīja syāntari vāṅkuro jagadidaṁ prāṅnirvikalpaṁ punaḥ
māyā kalpita deśa kāla kalanā vaicitrya citrīkṛtam"Zoals een ontkiemende boom verborgen zit in een zaadje,
zo bestond deze wereld oorspronkelijk in een ongedifferentieerde staat.
Maar door de illusie van māyā is zij schijnbaar opgedeeld in ruimte, tijd en verscheidenheid."Māyā lijkt de werkelijkheid op te delen, maar die blijkt na kennis onverdeeld.
Het avaccheda model houdt jīva (het individu) en īśvara (god, de heer) gescheiden. Avidyā is de upādhi van het individu en māyā is de upādhi van īśvara. De beperking van dit model zit 'm in het feit dat de onwetendheid van het individu in werkelijkheid natuurlijk een direct gevolg en daarmee onderdeel is van māyā. Dit wordt in het subtielere ābhāsa vāda-model wel zo uitgelegd.
Avaccheda vāda wordt vaak genoemd samen met twee andere modellen, hier aangestipt met hun didactische nut:
Avaccheda vāda wordt gebruikt voor eenvoudige uitleg (bijv. "Jij bent Brahman beperkt door onwetendheid").
Ābhāsa vāda wordt gebruikt voor radicale ontkenning (bijv. "De wereld is mithyā").
Pratibimba vāda wordt gebruikt voor devotionele context, bijvoorbeeld jīva is een weerspiegeling van Īśvara.De vedānta traditie die bij avaccheda vāda hoort heet bhāmatī prasthāna. Zie daar voor meer nuances.