Rechtlijnigheid van geest. Is wat ik denk, zeg en doe met elkaar in lijn? Duidelijkheid en oprechtheid hierover. Dit leidt tot integriteit en uiteindelijk tot waarachtigheid.
- arjava
Afstemming van gedachte, woord en daad waarbij iemand niet het ene denkt, het andere zegt en dan misschien zelfs het derde doet. Elke mind bevat blinde vlekken, ontsnappingsroutes, perversies, geheime agenda's en projecties (de mind zelf is een projectie). Om hier uit te komen vergt een uitgebreide aanpak.
Allereerst zal, om ārjava te ontwikkelen, mijn beloften moeten nakomen. Als ik beloften naar mijzelf nakom, zal ik ze ook naar anderen nakomen. Met name helderheid hebben over het commitment naar mijzelf. Ik moet weten wat ik wil en vervolgens oprecht zijn naar mijzelf. Dit zal levert waardigheid op, een gezond zelfbeeld en zelfvertrouwen.
Als ik vrijheid wil, moet ik eerlijk durven kijken, naar alle afleidingstactieken die zich in mijn mind afspelen om eronder uit te komen. Tevens zal ik de moed moeten opbrengen om mijn leven in te richten naar waarachtigheid. Eerst dharma (īśvara) als mijn belangrijkste waarde realiseren en implementeren in mijn leven, dan een correcte, complete visie op ātman. Dit is het doorleven van contemplatie in alle situaties van het dagelijkse leven (nididhyāsana).
Ook spraak is een belangrijk aspect hierbij. Zowel ṛta vada, spreken afgestemd met de relatieve waarheden van het menselijk leven (oriëntatie op goed onderbouwde objectieve feiten) als satya vada, transparantie en eerlijkheid in mijn spraak, zijn het gevolg van ārjava.
Voorts wil ik punctueel zijn, en mij aan afspraken houden. Elke afspraak is namelijk een afspraak met īśvara. Deze waarde uit het dertiende hoofdstuk van de Bhagavad Gītā is dus een hele mooie waarde.
Ook deze waarde kunnen we dus sublimeren naar het grote plan. Als ik mijn zaakjes in mijn geest op orde heb en kennis heb van de wetten van īśvara, gaat mijn leven als een speer, en stroomt alles makkelijk, omdat ik altijd in lijn ben met het goede leven. Leven met īśvara staat voor goed leven.
Door al mijn geloften na te komen, zal ik zelfrespect en zelfvertrouwen ontwikkelen. Een leugentje om bestwil kan dan op zijn plaats zijn om bewust andermans lijden te voorkomen.
Voorts moet ik anderen niet zonder instemming helpen. Als ik over vedānta praat, zit ik dan mijn eigenwaarde niet te spekken? Pas als ik mijn innerlijke zaakjes in lijn heb met de buitenwereld, kan er een zuivere overeenstemming zijn over de setting tussen spreker en toehoorder.