Zuiverheid (śuddhi) van het innerlijke instrument (antaḥkaraṇa), de geest. Pacificatie van iemands manier van denken, door een zekere mate van beheersing.
- antahkarana shuddhi
Een zekere mate van controle en rust in emoties en rāga-dveṣa's (voorkeuren en afkeren) in de schijnbare geest. Dit is nodig om je ware natuur als pure ontspanning te begrijpen.
Met een gezonde innerlijke kalmte en distantie, kan ik situaties beter beoordelen en gepast reageren.
Karma-yoga is het meest efficiënte transformatie-middel hiervoor. Door te handelen volgens dharma en de resultaten van mijn acties onvoorwaardelijk te accepteren als iets om van te leren, evolueert mijn geest naar harmonieuze verzoening en afstemming met de harmonie van de manier waarop de wereld (īśvara) werkt. Dit zal absoluut innerlijke rust brengen. Uiteraard helpt upāsana hier ook bij, de discipline van meditatie op mijn deelname aan de glorie van īśvara.
Met een gezonde innerlijke kalmte en distantie, kan ik beter weten wat ik ben, en hoe de wereld zich tot mij verhoudt.
Antaḥkaraṇa śuddhi is een essentiële voorwaarde voor kennis, jñāṇa. Alleen een geest die vrij is van vooringenomenheid en vooroordelen kan zuiver luisteren en daardoor goed kan horen wat er wordt onderwezen. Anders wordt alles dat wordt onderwezen, op zijn best, gefilterd en geïnterpreteerd door ‘wat ik denk dat het betekent’. Dan maakt de geest de kennis passend of past het aan, naar gelang een bestaande set van ideeën en begrippen. Een groot probleem, want het hele punt is dat ik een geest nodig heb die weet dat het niet echt is als zodanig, dat het niet ik ben als zodanig. Dit is de moeilijke verschuiving om te maken.
Zonder heldere geest zal de kennis in veler mind zelfs worden verworpen als onzin. Dit betekent dat de betekenis niet gehoord en begrepen wordt, en ik de waarheid van mezelf niet zal kennen.
Bij een ‘schone geest’ is het de guṇa sattva die dominant is, en bewustzijn helder reflecteert.