Dat wat niet (a-) volledig, uit- (nir) spreekbaar (vacanīya) is. Niet categorisch definieerbaar (maar niet onverklaarbaar!), in de zin van aan te duiden als zodanig, als zo en zo.
- anirvacaniya
De waarheid is alleen te begrijpen middels zijn impliciete betekenis (lakṣyārtha). Het bijvoeglijk naamwoord anirvacanīya, dat vaak wordt gebruikt met betrekking tot māyā en īśvara, verwijst ook naar alles wat daaruit voortkomt – met andere woorden: Bij zorgvuldig onderzoek blijkt de hele schepping uiteindelijk ondefinieerbaar te zijn, aangezien ook zij een product van māyā is.
Wetenschappelijk uitkomsten blijken nooit definitief. Zoals Vivekacūḍāmaṇi vers 109 cryptisch zegt: māyā is noch bestaand, noch niet-bestaand, noch een combinatie van die twee; noch is het gescheiden, noch niet-gescheiden van Brahman (noch een combinatie van beide); noch heeft het delen, noch heeft het geen delen (en het is, nogmaals, geen combinatie van die twee).
Het is echter verklaarbaar via bijvoorbeeld een goed begrip van de guṇa's en van de term mithyā. De waarheid zelf is ook onuitspreekbaar.
Alleen via een methodiek van ontkenning (apāvada, neti, neti) van wat het niet is en bevestiging van de geopenbaarde kennis van de upaniṣads/ met name de mahāvākya's, de grote uitspraken daarin, komt de waarheid in zijn volle glorie te staan.
Dit is het moeilijke aan zelfrealisatie. Het is niet aan te wijzen, niet uit te spreken, het is alleen te zijn. Het is het besef te zijn wat werkelijk is. Dit is niet te ervaren, en uiteindelijk niet in de taal uit te drukken. Het enige dat de taal doet is het bastion van onwetendheid dat het zelf heeft opgebouwd, onderuit schoffelen.