- anadhigata
Het kennismiddel vedānta (een śabda-pramāṇam) is ongeëvenaard in zijn aanpak en effectiviteit. Over het algemeen zijn mensen overweldigd, over hoe weinig ze weten als ze naar vedānta komen. En verwonderd dat er zoiets bestaat dat je vrij kan stellen.
Het kennismiddel (pramāṇa), zoals getoond in de geschriften van vedānta (vedānta śāstra pramāṇa), zijn uniek in het onthullen van brahman als het zelf, als mijzelf.
Letterlijk betekent an-adhi-gata, ‘is niet gegaan’. Dit drukt de meest esoterische betekenis uit van deze term. Je kunt niet ergens heen gaan, waar je al bent. Je kunt dus ook niet via de imperfecte weg van objecten naar iets perfects, dat al grenzeloos is, en wat je bovendien al bent.
Tevens kun je niet iets doen, om te krijgen wat je al bent. Alleen kan ik mijn onwetendheid erover laten verwijderen. Vandaar het unieke aan ‘is nooit gegaan’. En vandaar het unieke aan kennis, om te zien wat al is.
Ingezien moet worden, waar ik nooit van ben weggegaan, waar ik nooit uit geweest ben, ook al heeft de deken van onwetendheid mij ogenschijnlijk beperking voorgespiegeld.
Vandaar dat de weg van kennis ook wel het padloze pad (apathaḥ panthāḥ) wordt genoemd. Een padloos pad hoef en kan ik niet bewandelen, en toch is er, zoals we weten, een schijnbare wereld van onwetendheid waar ik heel veel kan doen, om mij voor te bereiden op kennis van het enige werkelijke feit. Het pad ernaartoe is mithyā, relatief waar, en toch noodzakelijk.
Het onbevangen luisteren (śravaṇa), en de betekenis van geluiden van woorden speelt daar een belangrijke rol in. Ik ben onwetendheid in mijn mind over wat ik al ben. Er komt kennis tot mijn mind, via het oor, via het horen. Dan is mijn onwetendheid over mijzelf weg, en zie ik mijn geest als een uitdrukking van bewustzijn (mij)zelf.
Het is de betekenis die onwetendheid verwijdert, waarop zelfkennis kan stralen: de zelfrealisatie dat ik de grond ben van alles als bewustzijn. Dit kan niet begrepen worden met een ander kennismiddelen als zintuigelijke perceptie (pratyakṣa) of gevolgtrekking (anumāna).
De onbegaanbare weg van advaita vedānta is uniek. Zoeken is ‘vertrokken zijn van de waarheid’. Leven in de wereld alsof het echt is, is als weg zijn bij jezelf. Vandaar het gevoel van een vreemd soort heimwee waar mensen in leven. Het sleutelwoord hier is ‘echt’. Zie ik het leven als een droom in bewustzijn, dan noemen we het leven onecht. Schijn. Wat ik zoek ben ikzelf, de waarheid ervan. Dit zelf is abādhita, niet te ontkennen, niet uit te vlakken.
Het substraat bewustzijn is de enige realiteit van alles. Het pad naar iets oneindig meer subtieler is onbegaanbaar (a-gata) voor de geest, die levendig (cintya) lijkt maar dood (jaḍa) en materieel is.
De geest kan niet naar iets toe, waar het een schijnbare expressie van is. En kan het ook niet observeren. De waarheid 'is' gewoon. ‘Ik ben’ is alleen beschikbaar via kennis die onwetendheid wegneemt omdat het al het geval is. Dit maakt het padloze pad van kennis yoga (jñāna-yoga) ‘uniek’.
Meld je aan voor de nieuwsbrief
(verschijnt hooguit enkele malen per jaar)
Eerder verschenen nieuwsbrieven
– oktober 2024 (Dutch)
– october 2024 (English)