Superpositie. Het ene ding, de ene zaak geplaats op het andere. Het is een manier van spreken. Bewustzijn is, en laat objecten in zichzelf aan zichzelf verschijnen. Dit kun je ‘erop geplaatst’ noemen.
- adhyaropa
Als gevolg van een onjuiste opvatting, adhyāsa, worden de kenmerken van het ene schijnbaar of ten onrechte toegeschreven, āropa, aan het andere. Dat resulteert in hun superpositie, adhyāropa, over die ander. Over het algemeen verwijst dit naar objecten die op bewustzijn zijn geplaatst.
Zo'n superpositie leidt bijvoorbeeld tot ahaṅkāra (ego), een verkeerd idee van het zelf. Ego is bedoeld om het lichaam door de wereld te leiden. Maar als ik denk dat ik het ego ben dat ‘voor’ mij gesuperponeerd (in het Engels zeggen we superimpositie, in het Nederlands officieel superpositie) is, wordt het een ontwrichtende kracht, die de bescheiden plaats verstoort die het individu in īśvara inneemt. Want ik kan niet dat ik-gevoel zijn, want het is 'op mij is geplaatst'.
Als ik goed kijk is het ‘ik-gevoel’ een object, waar ik de stille getuige van ben. Ik ben het licht van gewoon, origineel puur bewustzijn. En dat licht zal moeiteloos overwinnen wanneer het lichaam, de geest en dus ook het ego uit mij vallen, bij de dood van het lichaam.
Alle objecten van lichaam, geest, zintuigen en de wereld zijn adhyāropā, superposities van bewustzijn, schijnbaar in bewustzijn. De aard van de werkelijkheid is non-duaal, en bewustzijn kan niet veranderen. Alle dingen, die op mij lijken te zijn geplaatst, zijn ook slechts een uitdrukking van mijzelf, bewustzijn, dat pure kennis is. En deze zijn dus ook afhankelijk van mij.
Het uiteindelijke inzicht is dat het ene helemaal niet op het andere wordt geplaatst. Het origineel en het schijnbare effect zijn allemaal één en hetzelfde. Een uiteindelijk inzicht is ook slechts een idee om los te laten. Wat ‘overblijft’ is simpelweg zijn in vrijheid als vrijheid.