Afwezigheid (a-) van pretentie (dambhitva). Niet prat gaan op iets wat mijn verdienste niet is. Geen façade hebben. Authentiek zijn. Jezelf zijn.
- adambitva
Als ik eerlijk naar mijzelf kijk als persoon, gaat deze waarde (tevens kwalificatie voor vrijheid) heel diep, omdat zelfs geest, lichaam, aanleg en talenten īśvara toebehoren, en omdat ik daarom de doener niet kan zijn, en dus ook mijn acties niet kan claimen.
Als ik dus volkomen eerlijk ben tegenover mezelf, zie ik uiteindelijk dat geen enkele prestatie van mij is, maar dat alle prestaties van īśvara zijn. Vrij van hypocrisie, aanmatiging en zelfverheerlijking.
De deva's agni en vayu hadden last van pretentie in Kena Upaniṣad hoofdstuk 3. Ze claimden een overwinning die hun niet toebehoorde. Īśvara in de vorm van een yakṣa leerde ze vervolgens subtiel een lesje.