Meditatie (upāsana) op de leraar (ācārya). In hoofdzaak door te weten dat het īśvara is die via de leraar de waarheid onthult, middels het kennismiddel vedānta.
- acaryopasana
Zowel leerling in persoon als leraar in persoon zijn instrumenten van īśvara (Leraar, de leerling en īśvara zijn allemaal het zelf-brahman-bewustzijn). In hun verrijkende, lerende vriendschap komt brahman prachtig tot uitdrukking.
Bovendien is meditatie op de leraar het herkennen van vrijheid, standvastigheid en onafhankelijkheid in de leraar. Aldus geïnspireerd raken kan enorm helpen allereerst een objectief, zelfverzekerd individu te zijn, zonder issues, wat een kwalificatie voor de zelfkennis die vrijstelt. De leraar vertegenwoordigt de visie, dṛṣṭi, van de leer van de traditie. Dit alles zal (zelf)vertrouwen genereren in de onwetende student.
De opstelling van de leerling die kennisoverdracht faciliteert, accommodeert de leraar. De juiste leraar wil alleen maar dat de leerlingen met volle aandacht luisteren en toepassen wat zij of hij te zeggen heeft. Eerbied voor de leraar betekent dus met name eerbied voor de kennis, en toewijding aan de kennis.
Dat is het enige dat een vedānta-leraar wil zien. De rest heeft niet zijn interesse. Een houding van dankbaarheid en leergierigheid is voor een leerling een grote kracht om snel te groeien. Je doet het allemaal voor jezelf, omdat er alleen maar zelf is.
Maar voor goed onderwijs, moet de leraar moet ook in zijn levensonderhoud worden voorzien, dus daarvoor kan de saṅgha (de groep) ook zorgen. In moderne tijden, gaat dat meestal door het vrijwillig organiseren van seminars en het geven van gulle donaties.