Waarom? In vedānta werken we met de mind. Waar moeten we anders mee werken? Daar zit bij een mens het probleem. Je bent al vrij, dus alleen de mind moet omgeturnd worden in blijvende kennis. Vele jaren (vele levens zo je wilt) van herhaalde onwetendheid vergt vele jaren herhaalde beoefening van kennis. Dit is wat vedānta je eerlijk vertelt: Vele mensenlevens en vele jaren verstrooide onwetendheid moet in het gareel worden gebracht door discipline. Mensen willen het niet horen, maar dat is wel wat moet gebeuren! Dit is wat vaak wordt vergeten: Spirituele groei betekent ook hard werken en de mind trainen om van zijn destructieve onzin af te komen. Alle aspecten en niveaus zijn onwetendheid of kennis-gerelateerd, en behoeft dus beoefening/herhaling, met name van gezond, heilzaam denken.
Dit is nodig op alle niveaus van het (schijnbare) proces richting vrijheid. Allereerst in de voorbereiding. Het herhaaldelijk oproepen van dharmische waarden. Het herhaaldelijk kijken of mijn levensstijl wel ondersteunend is voor mijn beoefening. Het herhaaldelijk aanroepen, affirmeren van intenties voor groei van mijzelf en anderen. Het herhaaldelijk mediteren op īśvara (upāsana). Het herhaaldelijk offeren van al mijn acties aan īśvara, en het herhaaldelijk danken voor alle resultaten die naar me toe komen (karma yoga). Het herhaaldelijk luisteren naar de leraar. Het herhaaldelijk reflecteren op de logica van kennis. Het herhaaldelijk verinnerlijken van de waarheid in de hitte van de strijd.
Ook voor vrijheid geldt de 10.000 uur regel van de professional. Je kunt dus een prof zijn in vrijheid. Je kan een keer een leuke epifanie hebben, maar deze houdt geen stand zonder oefening. Ook al realiseerde Ramaṇa Mahārṣi op stel en sprong brahman, hij moet de waarde herkend hebben om zijn persoon levenslang in beoefening te laten, tegen de afleiding, voor puurheid van geest.
Als zoekers herhaaldelijk het juiste werk hebben gedaan, zal de genade (anugraha) van īśvara (het veld waarin we leven) vanzelf komen. Alleen al het feit dat dat je in een situatie terecht bent gekomen om de teaching te horen, duidt op een langere tijd van zoeken, oefenen en weten dat de boeg om moet. Dat is genade (ander woord voor genade kṛpā). Als je dan niet snel genoeg groeit is dat een teken dat je gewoon weer van voor af aan karma yoga moet gaan oefenen: bescheiden, in vertrouwen leven met toewijding en een vurig verlangen naar vrijheid.
Als je voor je gevoel stilstaat in je ontwikkeling, is het ook gewoon een kwestie van keer op keer naar de leraar blijven luisteren. Herhaaldelijk luisteren met ontvankelijke geest, naar de leraar tot de teaching volledig genoeg gehoord (śravaṇa) is. Dan komen de oinzichten vanzelf, en nog belangrijker, de mind transformeert in iets nobels als je de mind maar lang genoeg blootstelt aan het nobele.
Dan kan de mind een behandeld concept van vedānta oppakken. Stel de leraar heeft anvaya vyatireka behandeld: ‘Steeds weer’ onderscheiden dat ikzelf het verband (anvaya) van alles ben. Dat ik, bewustzijn, er dus altijd moet zijn voor zaken om er te zijn. En ‘steeds weer’ dat wat contrasterend en verschillend (vyatireka) lijkt, te zien als slechts losse flarden van dit grote verband. Dan neem je dit concept mee in je dagelijks leven en beoefent het. Dat hoeft niemand te zien, maar is iets waar jij steeds op kan terugvallen als een vrije visie op jezelf.
Dit geldt zoals gezegd geldt voor elke fase. Als je vastloopt, of iets niet begrijpt, is het de wijsheid om steeds weer fatsoenlijke (relevante) vragen aan de leraar te stellen. Dit is juist wat de leraar wil. En in het contact met de leraar groei je absoluut het snelst. Met deleraar kan de leerling het meest effectief op de logica van de kennis reflecteren (manana).
Zelfs in de laatste fase van nididyāsana, contempleren op de waarheid van (mij)zelf, is pure herhaling en oefening en discipline. Het steeds weer terugbrengen van de geest naar het feit dat ik het zelf ben, puur bewustzijn. Dat ik vol ben en alleen sta als saccidānanda (zijn, bewustzijn, gelukzaligheid), zonder andersheid en zonder afgescheidenheid. De onmiddelijkheid hiervan verzoeken. Het feit dat ik alleen maar mezelf, het zelf, ervaar. Dit betekent de pure kennis zijn, in alle situaties van het leven.
Voor bijna iedereen betekent ook dit eindeloos de teachings toepassen in alle aspecten van het leven, tot de visie uit zichzelf permanent is. Tot ik voorgoed in een non-duale visie leef, en de waarheid ben, en alle verschijnselen volledig naadloos en mindful met mij samenvallen.
Genade moet verdiend worden, zeggen ze. Op twee manieren. Door herhaaldelijk te oefenen met iets waar je een groeiend vertrouwen in hebt. En door herhaaldelijk acties te doen in lijn met dharma, om je aan te sluiten en om op je op laten gaan bij īśvara.
Wat ik nodig heb bij abhyāsa is uithoudingsvermogen. Het Sanskrietwoord vyavasāya dat hierbij hoort, betekent zowel ‘conditie’ als ‘roeping’ als ‘professie’ en zelfs ‘vastberadenheid’. Dit dekt allemaal de lading in een woord. Aanschouw de schoonheid van betekenisvorming in Sanskriet.
In ons geval hebben we het met name over geestelijke conditie, gefaciliteerd door lichamelijke conditie. Deze verkrijg ik door herhaaldelijke training.
Toen ik met Sanskriet-studie begon drie jaar geleden, werkte mijn geheugen helemaal niet zo goed. Maar de potentie was er natuurlijk wel. Immers, als persoon hebben we het vermogen om met de juiste keuzen ons karma te ontwikkelen. Ik leerde gewoon ‘rustig’, dagelijks door, en neem inmiddels veel makkelijker stof op. Dit is gewoon een wet van Meden en Perzen. Rustig blijven en volhouden, zijn hier een sleutelwoorden, net als bij het concentreren op de waarheid van mijzelf natuurlijk.
Ik ontdekte dat als ik griep of corona heb, en ik haal mijn aandacht weg bij gedachten over het gevoel van ziek zijn, mijn geest ook gerust gefocust kan blijven op studie of meditatie. En dat voor een jongen, wiens leven begon als verlangende, snel afgeleide, luie en slome scholier en student.
Als je ontdekt hoe het werkt, kan een mens enorm veranderen in één leven. Rustig doortrainen is een kwestie van vertrouwen hebben in waar je mee bezig bent. Dan komen de resultaten vanzelf, en groeit het zelfvertrouwen. Mijn levensstijl is altijd een spiegel van waar ik voor sta en waar mijn prioriteit ligt.
Geestelijk uithoudingsvermogen doe je door de zin van de onzin te scheiden in je geest. Cut the crap, zogezegd met de zeis der onderscheid. Het is zaak in de subtiele atmosferen te komen functioneren van het intellect. Daarbij werken grove mentale bewegingen, als zorg, angst, onveiligheid contraproductief. Die leiden af en vermoeien. Zelfonderzoek en enige studie die daarbij hoort, is op zich niet vermoeiend, omdat de bestudering van het zelf het nobelste der nobele dingen reflecteert. Als ik de waarde ervan herken wil ik niet anders. Focus en geestelijke conditie gaan dan samen op.
Dit is iets wat ontdekt moet worden in jezelf. Ongeacht hoe oud je bent. Als mensen zijn we tot veel meer in staat dan we denken. Hersenen en subtiel lichaam worden ingezet voor grove zaken, maar zelfonderzoek is een subtiele zaak. En eenmaal opererend in subtiele sferen gaat ontwikkeling snel.
Essentieel is dat ik eerst de waarde herken van de focus op kennis. Het heeft mij enorm geholpen dat ik, en daar heeft mijn leraar James Swartz een cruciale rol in gespeeld, in vedānta herkende, wat ik zocht. Zo’n diepe herkenning, zonder er op dat moment precies de vinger op te kunnen leggen, heb je nodig om ergens gemakkelijk bij te blijven. Daar zit iets cruciaal achter. Namelijk dat je bent, wat je denkt. Denk je onwetend, dan functioneer je onwetend. Denk je brahman, dan realiseer je brahman (brahmavid apnoti param, Taittīri upaniṣad 2.1.1.).
Gaandeweg groeide het vertrouwen en kon ik er nog gemakkelijker bij blijven. Wat gebeurde hier? Ik realiseerde me de waarde van de waarheid. En alles aan schrijf en studie-arbeid dat ik nu doe, is niet meer dan een viering hiervan. Een speelse, of zo je wilt gestileerde uitwerking van de ene waarheid.
De vraag is dus ‘Wat wil ik eigenlijk?’. Laat ik mijn aandacht van mijn geest te veel verwaaien met werelds gedoe? Of wil met mijn gedachten-wereld ‘aansluiten’ bij de waarheid? Dan is het niet moeilijk om aandacht en energie op te brengen voor herhaalde studie en zelfonderzoek. Tot slot een bekende ‘mooie spreuk’ uit het Sanskriet:
abhyāso na hi tyaktavyo abhyāso hi paraṁ balam |
anabhyāse viṣaṁ vidyā ajīrṇe bhojanaṁ viṣam ||
“Oefening moet niet verlaten worden. Oefening is de grootste kracht. Zonder beoefening is kennis als gif, net zoals voedsel gif is tijdens voedselvertering.”
(Uit Subhāṣita-mañjarī, Een boeket van mooiheid’ (Sanskrietverzen uit klassieke teksten), wij zouden zeggen een bloemlezing.)
- abhyasa
Elke herhaalde beoefening die groei en vrijheid bevordert, met name karma yoga, meditatie en jñāna-yoga (kennisyoga). Omdat je wordt wat je denkt en beoefent.