Het idee is natuurlijk, dat de Upaniṣad’s aantonen dat je die miezerige geest niet bent.
Allereerst wordt de leer, de waarheid gehoord in śravana. Dan komen logischerwijze twijfels en vragen naar boven, in een geest die sinds begin-loze tijden in onwetendheid heeft geleefd. Over het algemeen kunnen deze twijfels worden samengevat met de term asambhava, die het gevoel uitdrukt: “Hoe kan dit ooit ook voor mij waar zijn?’.
Maar die vraag geldt niet om de simpele reden dat het voor alles en iedereen nou eenmaal geldt, we er alleen onwetend van zijn, waarmee het dus weer logisch is dat die vraag verrijst. Ergens moet de kennis je uit deze denkvalstrik liften. Er moet domweg gezegd worden: Ik accepteer vanaf nu de onwetendheid van mind niet meer!’
Oneindig brahman is namelijk degene die ook onwetendheid mogelijk maakt, ‘er de getuige van is’. Dit valt te beredeneren door te herkennen dat er altijd een bewust principe aanwezig moet zijn, voor alle zaken om er überhaupt te zijn.
Dit bewuste principe is het oneindige bestaan zelf, dat zaligheid is. Vedanta moedigt de zelfonderzoeker uit, elk moment te stellen: ‘En nou is het afgelopen, met de zelf oordelende, kleinerende denkbeelden over mijzelf’.
Het is van het uiterste belang juist in momenten van twijfel bij de teaching te blijven. Twijfels als asambhava worden weggenomen door de helderheid die uit dit soort manana, reflectie, voortkomt. Dit is zelfonderzoek, waarbij logisch gereflecteerd wordt op de teaching, het liefst in satsang met iemand die weet. Het probleem is namelijk altijd een blinde vlek. Zo werkt onwetendheid. Onwetendheid lijkt kennis of waarheid voor de belever ervan.
Vedanta zegt: Je hoeft je niet slecht te voelen. Ah! Signalering: Als ik me slecht voel, moet ik meteen denken: Ik beschouw verkeerd. Het roer mag cognitief om.
Dit komt door een ander groot obstakel: viparīta bhāvanā, diepe neigingen in het onderbewuste (in het causale lichaam, karana sarira). Oplossing: De geest blootstellen aan waarachtige neigingen, recht tegenovergesteld aan mijn beperkende overtuigingen over mijzelf. Als de waarheid van mijzelf enigzins begrepen is, zal ik voor een lange tijd deze waarheid moeten oefenen, deze waarheid present moeten laten zijn in alle aspecten van mijn leven. Dit is nididhyāsana. Hierbij worden gedachten, anders dan de waarheid weggenomen. Tevens moeten de waarden die hierbij horen beoefend worden.
Denk ik: Ik ben weinig waard, dan oefen ik: Ik ben de waarde die de waarde is van alle waarden etc. Levensstijl aanpassing helpt ook, namelijk andere acties doen, die andere sporen zullen nalaten en mij later gunstiger karmische resultaten zullen geven.
- asambhava
Onmogelijkheid, onbestaanbaarheid, niet-toepasselijkheid. Eén bekende, universele, welomschreven obstakel (pratibandha) voor een zelfonderzoeker. Bij veel mensen rijst de twijfel/ vraag: Hoe kan ik, klein, miezerig ik oneindig, non-duaal brahman zijn, het vrije bestaan zelf, schijnend als bewustzijn, dat de waarheid van alles is.