Volledige (sam) terugtrekking (nyāsī) uit het dagelijkse leven als voorwaarde voor beoefening of terugtrekking van gebondenheid aan objecten als innerlijk houding.
- sannyasa
Een beoefenaar kan zich terugtrekken in een grot of hut in de buitenwereld, om de voorwaarden voor zelfonderzoek te creëren. Maar waar het uiteindelijk om gaat is innerlijke sanyāss, een houding waarbij men mentale ongebondenheid van objecten beoefent, bereikt door het inzicht dat objecten niets anders zijn dan mijzelf, en dat objecten an sich, zingeving noch geluk kunnen brengen. Ik, ātman, ben de zin van het bestaan. Gefocust zijn op objecten staat vrijheid dus in de weg.
Een vrije wijze wordt daarom ook wel sannyāsī genoemd. Het woord komt van wortel nī (weg)leiden. In de betekenis, ik leidt mijzelf weg van afhankelijkheid van alle verschijnselen. Ik trek mij cognitief terug in vrijheid. Dit kan verzaking zijn van het uiterlijke stoffelijke leven door abstinentie van wereldse zaken, maar nog belangrijker: Ik onttrek mij van betrokkenheid bij objecten. Dan ben ik asaṅga, ongebonden.
Een sannyāsī gaat dus een leven aan waarin alle wereldse banden worden afgezworen in een gerichte zoektocht naar zelfkennis ātma jñānam. Formeel legt een sannyāsī geloften af van immuniteit om niemand angst in te boezemen, wat betekent dat hij/zij niet zal concurreren, eisen stellen of gunsten zoeken, en hij/zij een leven van armoede en kuisheid zal leven. Zij of hij neemt dan ook geen geschenken of verdiensten aan. Alleen eerste levensonderhoud, zoals voedsel en onderdak. Het is de plicht van de maatschappij (de gṛhastha's) om een sannyāsī in leven te houden.
In formele sannyāsa is iemand die geen karmī meer, iemand met karma, in de zin dat zij of hij vrij is van de plicht tot rituelen en wereldse verplichtingen, omdat zij of hij helder voor ogen heeft dat zij of hij vrij is van alle karma.
Sannyāsa kent aldus twee typen: vidvat sannyāsa en vividiṣā sannyāsa. Bij vidvat (kennis-gericht) sannyāsa wordt er geen officiële sannyāsa genomen, maar is de houding van verzaking, innerlijke onthechting en teruggetrokkenheid een natuurlijk uitdrukking van kennen (vid) waarin een wijs persoon op moeiteloze wijze zijn/haar verkeerde ideeën over het zelf cognitief heeft opgelost. Deze cognitieve oplossing van een verkeerde identiteit, dit opgeven van alle verkeerde ideeën over het zelf en de wereld, is de ware of echte sannyāsa. Het is een sannyāsa die geen externe aanpassingen vereist. Men staat onafhankelijk en vrij als zichzelf.
Kennis, brahma jñānam, is sannyāsa. Een vidvat sannyāsī is dus een persoon met een ander perspectief, een jñānī, een kenner van de waarheid. Van ieder mens, die alle fasen van het leven achtereenvolgens doorloopt, wordt verwacht dat zij of hij deze sannyāsa bereikt, en daarmee absolute volwassenheid ontdekt, het hoogtepunt van groei, de vervulling van het menselijk leven.
Vividiṣā sannyāsa is daar de voorloper van: Verzaking, een levensstijl waarin men zicht terugtrekt uit het wereldse leven, met als doel totale toewijding aan het nastreven van kennis met uitsluiting van alle andere doeleinden, artha en kāmas. Het woord vividiṣā betekent 'verlangen (iṣā) om te weten (vivid)'. Een tīvra mumukṣu, is iemand die intens (tīvra) op zoek is naar mokṣa. Deze wordt een jijñāsu (zoeker naar kennis), als de waarde van kennis gezien wordt als het enige middel voor mokṣa. De zoeker wil serieus de waarheid wil weten, en gaat het leven van sannyāsa aan voor kennis.
Een sannyāsī brengt zijn leven alleen door in śravaṇa (luisteren), manana (refectie) of nididhyāsana (contemplatie), in overeenstemming met zijn kwalificatie en zelfkennis, en betrekt zichzelf ook bij het delen van zijn begrip door middel van onderricht, wat een andere vorm van contemplatie is. Zo worden sannyāsī's vaak guru's.
Een formele vividiṣā sannyāsa is bevoegd zichzelf te bevrijden van sociale plichten. Zijn basisbehoeften (voedsel, kleding, onderdak) worden vervuld door een samenleving waarvan de cultuur deze zoektocht met groot respect waardeert, omdat het een spirituele zoektocht is, een basis voor alle religieuze disciplines.
Een jñānī heeft de wereld niet meer nodig en trekt zich over het algemeen van nature wat terug. Het alternatief is dat ze hun kennis gaan delen. Voorbeelden van deze nuances zijn de figuren Nisagardatta Maharaj en Swami Cinmayananda. Allereerst gingen ze in vividiṣā sannyāsa bij hun guru. Nisargadatta bij Swami Siddharameshvar Maharaj en Cinmayananda bij Swami Tapovan Maharah. Toen ze spiritueel op eigen benen kwamen te staan (vidvat sannyāsa), vrij van de wereld, hadden ze de neiging zich terug te trekken in de Himalaya, om in rust te vertoeven in brahman als zichzelf, maar werden geroepen hun kennis te delen, en werden zo beroemde guru's.
Sannyāsa is de vierde van de vier āśramas van het Vedische (vaidika) leven - brahmacarya, studentschap; gṛhastha, huishouder; vānaprastha, terugtrekking; sannyāsa, verzaking en terugtrekking.
Moderne vedāntins zijn vaak huishouders (gṛhastha's, mensen die deelnemen aan het maatschappelijk en familie-leven). Maar er zijn moderne beoefenaars die zich een levensstijl hebben aangemeten, die erg op sannyāsa lijkt.
Het is voor elke zelfonderzoeker zinvol een aantal aanpassingen te doen in levensstijl, die aspecten van sannyāsa hebben en die het pad van zelfkennis ondersteunen. Meestal gaat dit al vanzelf, als men de waarde van terugtrekking ontdekt. Over het algemeen gaat dit over een rustiger, minder afgeleide levensstijl, met actieve waardenbeoefening. Elke zoeker heeft zo een innerlijke (vidvat) en uiterlijke (vividiṣā) sannyāsī in zich.