Opgewekte verdraagzaamheid of uithoudingsvermogen. Het objectief verdragen van tegenstellingen zoals hitte en kou, complimenten of kritiek met gelijkmoedigheid, zonder angst, klacht of vergelding.
- titiksa
Titikṣā is het vermogen om vrolijk en objectief om te gaan met externe omstandigheden en gebeurtenissen die buiten onze controle liggen. Subtiele toevoeging: Fysieke ongemakken zijn ook externe omstandigheden vanuit het perspectief van bewustzijn gezien. Dit zo zien, helpt al enorm om ongemakken te objectiveren, en hun status als afhankelijk, relatief waar te kunnen objectiveren.
Titikṣā wordt ontwikkeld door kleine moeilijkheden gewillig te ondergaan zonder erbij stil te staan of erover te klagen. Dit is een kwalificatie voor emotionele groei richting vrijheid. Als we steeds stil staan bij de speldenprikken van het leven, is er geen mentale ruimte om op iets belangrijkers te richten als zien dat de empirische werkelijkheid neutraal is, en niet bedoelt om ons te plagen. Net zo zal er geen ruimte zijn om het werkelijke doel voor ogen te houden, vrijheid van ontberingen.
Maar gelijkmoedigheid houdt ook in, het innerlijk onbewogen blijven voor complimenten.
Vrijheid is zien dat ik niks te maken heb met de ontberingen of lof van en voor het individu. Titikṣā is dus nog geen vrijheid, maar wel een enorme stap, omdat het de mind kalm, gelijkmoedig en neutraal maakt, wat zo goed is als vrijheid. Zo werken de kwalificaties, ze apen vrijheid na. Pas een mind die zo goed is als vrij, kan inzien dat de mind mithyā is (niet wat het lijkt dat het is). Iemand die teveel aandacht heeft voor ontberingen, beleeft ze als echt, en zit erin vast.
Ontberingen kunnen gewoon mindful bekeken en benoemd worden als wat ze zijn. Ze hoeven niet ontkend te worden. Iemand die zijn schouders ophaalt zal er minder last van hebben, dan iemand die er drama van maakt. Er hoeft geen constant een remedie gezocht te worden, of een oorzaak of schuldige (verwijt). Dit maakt de tapas (pijn) makkelijker te dragen. Geleidelijk aan leert men noch genot te zoeken noch pijn te vermijden, aangezien beide verlangens zijn die tot pijn leiden.
Titikṣā is de vierde van zes (ṣaṭka) verworvenheden (sampatti), te beginnen met śama (śamādi), die samen de derde hoofdkwalificatie van de sādhana catuṣṭaya vormen. De andere vier zijn śama (kalmerende mindcontrol), uparama of uparati (stopzetten niet-functionele actie in de wereld) en śraddhā (vertrouwen in de teksten en leraar).
Titikṣā wordt ook wel sahana genoemd.