De leraar gebruikt de methodologie van apavāda vākya. Dit is het ontkennen van de vorige les in een continuüm van steeds subtielere betekenissen. Het is een spel van lakṣaṇa’s (definities en stellingen) zodat de betekenis langzaam verschuift van duaal naar non-duaal. Op deze manier wordt de luisteraar stap voor stap naar de waarheid geleid.
Zo heeft een bepaalde verwoording meestal een dubbele bodem. De direct zichtbare (mukhyārtha) of letterlijke (vācyārtha) betekenis, en dus de lakṣyārtha. In de methodiek wordt de oppervlakkige ogenschijnlijke betekenis verlaten, en de immanente betekenis wordt opgepakt.
Het is aan de leraar om de betekenis bloot te leggen door de middelen van kennis van woorden (śabda-pramāṇa) op de juiste manier te verstrekken. Het is aan de student om de betekenis zijn werk te laten doen in zijn geest.
Dit is een ingenieus en subtiel proces in Vedānta omdat tijdelijk geldige betekenissen in de methodologie opnieuw worden losgelaten worden in het proces (apavāda vākya). Dit is even wennen als nieuwelingen lessen gaan volgen. Maar onwetendheid kent vel lagen, die laag voor laag blootgelegd en dan ontmaskerd moeten worden. Uiteindelijk moet namelijk alles losgelaten worden in de vrijheid van zijn, ook de concepten van vedānta.
Dit gaat door totdat de zelf-onderzoeker weet dat hij of zij de enige en diepste betekenis is voor zichzelf (tādātmya). Tādātmya betekent de cruciale vraag stellen: Waar zie ik mezelf voor aan? Dit confronteert mij met het feit, dat ik de diepste betekenis moet realiseren.
- lakshyarthaDe bedoelde (artha) betekenis (lakṣya) die nodig is voor complete, zelfkennis en zelfrealisatie. Het is de onderliggende intentie van de leraar om stap voor stap naar deze betekenis toe te werken.