Alles wat we hart noemen, vindt immers plaats in dit gevoels- en emotiecentrum van het subtiele lichaam.
Twijfel (saṁśaya) of besluiteloosheid (vikalpa) huist in manas. Daarom vliegt een persoon in alle richtingen in het leven. Inkomende prikkels worden ontvangen in manas en uitgaande actie wordt in beweging gezet door manas (emotie).
Manas presenteert de nog onduidelijke input aan het intellect, buddhi. Het intellect beoordeelt het op basis van de conditionering en beslist (saṅkalpa) wat te doen. Deze output wordt bepaald door je conditionering (saṁskāra), het geheel van complexen over vele levens.
Het intellect (buddhi) is het centrum van interpretatie van wat binnenkomt en beslissing van wat eruit gaat. Als de geest (manas) dominant is, zal men een onzeker leven leiden. Met vedānta dominant en helder in het intellect, is het vaak duidelijker hoe te reageren op de wereld. Omdat het intellect het oneindig subtiele bewustzijn beter weerspiegelt in zijn verfijning dan manas, is buddhi dominant over manas in een gekwalificeerd persoon. Dit komt omdat buddhi de zetel is van cruciale kennis.
De som van alle geesten wordt soms hiraṇyagarbha genoemd. Manas is een speciale manifestatie van jñāna-śakti, het vermogen om te weten, en icchā-śaktiḥ, het vermogen om te verlangen. Het bestaat uit allerlei soorten vṛtti’s, die voortdurend veranderen. Er is dus altijd een stroboscopische omschakeling tussen vikalpa’s, twijfels, opties en alternatieven, totdat er een saṅkalpa, besluitvaardigheid, efficiëntie van het intellect is.
Het toenemen en afnemen van vikalpa’s kan gemakkelijk resulteren in cirkels van slecht gevoel – slechte gedachten. Dit is omdat een negatief gevoel een negatieve gedachte geeft, en een negatieve gedachte een negatief gevoel geeft. De bekende neerwaartse spiraal. De uitnodiging hier is om dingen op zichzelf neutraal te zien en zelfonderzoek te doen naar mijn basiszelfbeeld. Denk ik verheffend of denk ik in dynamieken van zelf-afwijzing. Een negatief gevoel over mijzelf is onwetendheid. Ik zou onmiddellijk moeten onderzoeken welke specifieke gedachte in mij, mij zo slecht laat voelen. Dit moet ik niet in de buitenwereld zoeken, die ook gewoon neutraal is.
Door de identificatie met het lichaam en de tussenkomst van het ik-gevoel (ego, ahaṅkāra) dat daarbij hoort, verdeelt manas alles wat gepresenteerd wordt in ‘ik’, ‘mijn’ en ‘niet ik’, ‘niet van mij’, waarbij eigenschappen aan het zelf worden toegeschreven die het niet heeft.
Voor een leven in kennis is een belangrijke voorwaarde dat buddhi manas beheerst en niet andersom.
- manas
Geest, mind. Een van de vier functies van het innerlijke instrument (antaḥkaraṇa). Manas is de basis van gevoel en wordt daarom ook wel het hart genoemd in vedānta. Het hart symboliseert het zelf.